Waarom het kapot moet voor het beter wordt

Bijdrage aan te verschijnen boek: “Wachtwoord Mens” door Merlijn Ballieux en Guido van de Wiel, oprichter Veranderbrigade. Tevens verschenen als voorpublicatie op TvOO.nl (Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties)

Veel organisaties starten de ene verandering alweer in voordat de vorige goed en wel is afgerond. Na de LEAN-transformatie staat agile werken weer voor de deur. En nog halverwege de ene reorganisatie noopt de nieuwe strategie alweer tot het voorbereiden van de volgende. Daarmee lijkt een belangrijk inzicht uit de trainingsleer nog niet te zijn doorgedrongen binnen de veranderkunde. Namelijk dat inspanning en ontspanning elkaar nodig hebben om tot duurzame verbetering te komen. Zonder periodes van relatieve rust raakt een organisatie eerder ‘overtraind’ dan dat het leidt tot betere prestaties.

Supercompensatie

Topsporters weten al lang dat hun trainingsprogramma uit een uitgekiende mix tussen training en herstel moet bestaan. Doen ze dit niet, dan kunnen ze de medaille op voorhand op hun buik schrijven. Dat heeft te maken met een fenomeen dat supercompensatie heet. Supercompensatie is een ingebouwde eigenschap die elk organisme op celniveau heeft. Het is onze evolutionaire beschermengel om in de toekomst beter voorbereid te zijn op tegenslagen die we in het verleden hebben mogen ervaren.

Dit werkt als volgt: bij elke (trainings)inspanning ontstaan er letterlijk kleine scheurtjes in je cellen en spierweefsel. Maar het lichaam is een wonderlijke machine. Na de inspanning gaat het lichaam aan de slag om de schade te herstellen (autogenese).  Daar blijft het alleen niet bij. De cellen hebben de natuurlijke neiging om de gebroken verbindingen iets sterker te herstellen dan het oorspronkelijke niveau (figuur 1). Zo ben je de volgende keer beter voorbereid op een gelijksoortige inspanning. ‘What doesn’t kill you makes you stronger’ (Nietzsche), maar dan letterlijk. Dit fenomeen doet je conditie in de sport toenemen.

graphs_revision_final03

 

Figuur 1: Supercompensatie

 

Het subtiele verschil tussen betere prestaties en uitputting

De crux om je cellen, weefsel, spieren en daarmee prestaties te verbeteren zit daarmee in twee componenten:

A)    de juiste intensiteit van de inspanning: je wilt niet teveel, maar ook niet te weinig kapot maken.

B)    de juiste hersteltijd: je wilt de verbindingen zodanig laten herstellen dat de verbindingen het krachtigst zijn voordat je een nieuwe inspanning gaat doen.

Dit is de reden waarom topsporters die door blessures of jetlags een training hebben moeten missen, de haast onweerstaanbare neiging moeten weerstaan om de training ‘in te halen’. Als je toegeeft aan je neiging, dan breng je de nieuwe klap aan je lichaam toe op een moment waarop het op z’n zwakst is (figuur 2). Je inspanning werkt averechts, omdat het niet bijdraagt aan je gewenste doel: sterker worden.

graphs_revision_final02

Figuur 2: Uitputting bij overtraining

Organisaties als organismen

Ook organisaties zijn in veel opzichten organismen. In een steeds sneller veranderende wereld overleven alleen die organisaties die de uitdagingen uit hun omgeving het meest passend het hoofd bieden. Om dat te kunnen doen, is een zekere ‘fitheid’ gewenst. Je ziet daarom dat verandering in toenemende mate holistisch wordt bezien. De veranderaar is steeds minder de automonteur die een versleten onderdeel moet vervangen, maar steeds meer de sportcoach die een organisatie gidst naar de beste versie van zichzelf. Met aandacht voor het gewenste resultaat, maar met nadruk op de fysieke en mentale gesteldheid die voor het resultaat moet zorgen.

Organiseer herstel en ontspanning binnen je veranderaanpak

In deze analogie is het dus minstens net zo belangrijk om actief hersteltijd in je organisatie in te bouwen, wil je komen tot de gewenste resultaten (figuur 3). Voor de veranderaar is het dus van belang om bij elke veranderopgave de vraag te stellen: waar bevindt deze organisatie zich in de supercompensatie-curve? En, afhankelijk van het antwoord: wat is er dan nu nodig?

graphs_revision_final01

Figuur 3: De juiste balans tussen inspanning en herstel

Wat nodig is om te doen (of laten) voelt vaak contra-intuïtief: we komen uit een lange traditie waarin we organisatieverandering lineair beschouwen. Dus als we een situatie aantreffen die niet is zoals we deze graag zouden zien (uiteraard vaak de aanleiding voor een verandering), is onze haast natuurlijke neiging: de zweep erover. Actie! Dit terwijl de organisatie wellicht nog herstellende is van de voorgaande verandering.

Andersom hebben we ook vaak de neiging om verwaarloosde organisaties te ontzien. Om in de sportmetafoor te blijven, zijn dit organisaties die al een tijd niet meer aan het trainen zijn en daarmee kampen met een zwakke conditie. Vaak duiden we in analyses dit soort organisaties met verhullende termen als een ‘beperkt verandervermogen’. De stap die nodig is, is dan: een nieuwe uitdaging (met gepast ambitieniveau) in het vooruitzicht stellen. In plaat daarvan zien we dan in de praktijk vaak dat er zwaar wordt geleund op kunstmatige zijwieltjes (via inhuur van externen of het optuigen van zware programma’s) om de verandering te bewerkstelligen. Met alle risico’s van dien als deze tijdelijke hulpconstructie vroeg of laat moet worden ontmanteld.

Indien je de organisatie de impuls geeft die het nodig heeft, met de juiste timing, zal je al snel zien dat supercompensatie zijn werk gaat doen. De veerkracht neemt toe, het interne zelfvertrouwen in eigen kunnen groeit én het vertrouwen richting de toekomst en de leiding om nieuwe veranderingen aan te gaan wint aan terrein. En omdat de positieve resultaten in het kielzog volgen, is de kans aanwezig dat verandering verandert in een ‘leuke nieuwe uitdaging’ in plaats van ‘weer een nieuwe gril van de leiding’.

Het koffiezetapparaat als hartslagmeter van de organisatie

Binnen de sportwereld is er een betrouwbare raadgever om te herkennen waar een sporter zit in zijn curve: zijn hartslag in rusttoestand. Een lichaam in herstel pompt namelijk sneller bloed rond om afvalstoffen af te voeren en nieuwe brandstof naar de cellen te voeren dan een lichaam dat klaar is voor een nieuwe prikkel. Maar hoe zit dat bij organisaties?

In Nederland kennen we hoofdzakelijk kennisintensieve en dienstverlenende organisaties. Dat betekent dat de mate waarin informatie stroomt, de functie vervult van de bloedbaan om de organisatie in leven te houden. Dat maakt de collectieve betekenisgeving die plaatsvindt binnen de organisatie de voorspellende factor die we in de sport terugvinden in de hartslag. Wordt er momenteel voornamelijk afval afgevoerd (klagen)? Of zitten we aan het eind van een intensieve intervaltraining (deadlinestress)? De praat bij het koffiezetapparaat vormt daarmee één van de primaire informatiebronnen voor de veranderaar om zijn trainingsschema voor de organisatie op af te stemmen.

Een gelukkige vogel

Gastblog door Adriaan Sleeuwenhoek - de gezonde vogelaar

Geluk is zowel het breedste als specifiekste onderwerp dat ik ken. Breed, omdat het alle terreinen van het leven beslaat. Specifiek, omdat het voor iedereen anders is. Daarom vind ik het belangrijk om af en toe andere invalshoeken te laten zien. Ik heb Adriaan gevraagd om een bijdrage, omdat Adriaan’s mooie verhaal gaat over het vinden van steun en kracht in je eigen omgeving, ook als je je daar niet helemaal in op je plek voelt. En hoe een prille liefde die niet voor iedereen voor de hand zal liggen, een duurzame inspiratiebron kan blijven om een gezond en gelukkig leven te leiden. Dus daarom stel ik hem de volgende vraag:

Adriaan, kun jij ons iets vertellen over jou geheime bron van geluk?

Adriaan Sleeuwenhoek, ook bekend als de Gezonde Vogelaar, aan het woord:

Op de basisschool ben ik veel gepest en het heeft me jaren gekost om daar overheen te komen.

Zo, dat is eruit. Los van een aantal mensen om me heen wist niemand dit eigenlijk. Maar nu dus wel. Wat dit te maken heeft met geluk? Als je ongelukkig bent of bent geweest dan weet je pas wat gelukkig zijn is en betekent. Dat is mijn stellige overtuiging. En dat is voor iedereen weer anders. Wat mij echt gelukkig maakt is het kijken naar vogels.

Zelfvertrouwen en oordeelloosheid

Vogels hielpen me ook toen ik gepest werd. Ik weet nog dat ik onderweg van school naar huis voor het eerst een goudvink zag. Een mannetje, dat zag ik aan de prachtige kleur op de borst. De kleur spatte er echt af, prachtig roodroze met een zwarte kop en snavel. Het was pure magie! Wat me verder zo aansprak in dat vogeltje was het feit dat hij zichzelf was. Hij durfde het om zijn mooiste veren te laten zien. Hij dacht er zelfs niet over na, hij was zichzelf. En jezelf durven zijn is één van de belangrijkste dingen in het leven. Helemaal als je je minder voelt of onzeker bent, zoals ik was als klein jochie. Geluk, magie en zelfvertrouwen. Dat is mijn associatie met vogels kijken.

En dat gevoel geven vogels en het kijken naar die prachtige wezens me nog steeds. In mijn basisschooltijd betekende het vogelen een uitlaatklep tegen het pesten. In tegenstelling tot de pesters lieten vogels mij in mijn waarde. Ze oordeelden niet, ze lachten me niet uit. Ze waren gewoon wat ze zijn: een vogel. Een merel, een houtduif of een bosuil. En niks anders. Voor mij was vogels kijken een mogelijkheid om mezelf te zijn, geen zorgen te hebben. Ik ging er veel op uit, met vrienden van mijn zelf opgerichte vogelclub. Dat hielp me enorm. Achteraf bezien dan. Het besef dat vogels die betekenis hebben gehad voor mij heb ik pas sinds kort. En dat inmiddels uit steeds meer wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat buiten zijn, in een groene omgeving, helpt tegen depressie en bijdraagt aan gelukkig zijn is een mooie onderstreping van mijn persoonlijke ervaring!

Vogels als inspiratiebron

Vogels zijn altijd de beste versie van zichzelf. Ze schamen zich niet voor anderen en zingen hun mooiste lied. In tegenstelling tot veel mensen, helaas. Ik vind daarom dat we als mensen veel van vogels kun leren. Wij zijn vaak bang voor de reactie van anderen, voor de oordelen van onze vrienden, buren of mensen die we niet eens kennen, dat we uitgelachen worden of dat dingen toch niet lukken. En dat is zo ontzettend zonde! Zou er ooit een ijsvogel geweest zijn die na een mislukte duik denkt “ach, waarom zou ik het nog een keer proberen, het ging net ook mis”. Tuurlijk niet, de ijsvogel probeert het gewoon nog een keer. Net zolang tot het wel lukt. En heb je wel eens een merel gezien die niet durft om zijn mooiste lied te zingen, omdat hij bang is dat de andere merels hem uitlachen? Nee! Hij zingt zo hard als hij kan, zo mooi als hij kan, laat zien dat hij de baas is. En is dus een focking baas :-). Dus denk jij wel eens “moet ik mijn gevoel volgen?”, “moet ik dat nou eigenlijk wel doen?” of “wat zullen anderen wel niet denken of zeggen”. Denk dan aan deze vogels en laat je niet tegenhouden. Be the best version of you! Want als jij je beste zelf kunt zijn dan wordt de wereld een betere plek. Daar ben ik zeker van!

gezonde-vogelaar

Van inspiratie naar missie

Dat is wat we van vogels kunnen leren. En je kunt als mens echt geluk ervaren door buiten in de natuur te zijn en naar vogels te kijken. Daarom heb ik het mijn missie gemaakt om met zoveel mogelijk mensen te delen hoe fantastisch vogels en natuur zijn. Buiten zijn, in de natuur, in een groene omgeving, de prachtige vogels met hun unieke gedrag en karakters, met je volle aandacht bij je omgeving zijn, de kick die je krijgt van het zien van bijzondere vogels. Dan is er voor mij maar één woord van toepassing en dat is: GELUK!

Ik hoop dat geluk ook een keer met jou te kunnen delen! Misschien op één van mijn activiteiten, maar sowieso kun je me volgen via mijn website en Facebook.

 

De oorzaak van het probleem heeft vaak geen probleem

Terwijl ik dit verhaal probeer te schrijven likt mijn oppashond over mijn toetsenbord. Van geen kwaad bewust terwijl hij mij afhoudt van wat ik probeer te doen.

Bij een team waar ik vaak over de vloer kom, probeerden ze recentelijk een opslag-probleem voor hun bestanden op te lossen. De teamleider stelde zich coöperatief op: ‘ik heb er zelf geen last van, maar als Anne er problemen mee heeft, wil ik best wel kijken naar een oplossing’. Een schappelijke opstelling op het eerste gezicht. Niet veel later bleek dat een aantal medewerkers het opslagprobleem hadden omdat ze voor een aantal onhandige gewoontes van de teamleider compenseerden, die voor hem prima werkte. Geen wonder dat hij zelf geen probleem ervoer.

Als niemand een probleem ervaart, ben je misschien dichterbij de oplossing dan je denkt

Ik denk dat het vaak zo gaat. De veroorzaker van het probleem heeft er zelf geen last van. Zelf had ik vroeger nooit een probleem met een geëxplodeerde kamer, mijn moeder wel.

Dus als je iets probeert op te lossen, maar van de betrokkenen blijkt een aantal personen nergens last van te hebben, zou het zo maar eens kunnen zijn dat je daar de bron hebt van je probleem. Vaak echter zoeken we de oplossing in een nieuwe regel, of organiseren we er iets omheen. Waarmee het gevaar bestaat dat het probleem blijft bestaan en dat je nieuwe problemen creëert omdat je de boel zojuist ingewikkelder hebt gemaakt.

Creëer geen nieuwe problemen

Dit fenomeen geldt binnen teams, maar ook relaties en gezinnen. Het om problemen heen organiseren kan onbedoeld grote consequenties hebben op de langere termijn. Denk aan menig paarse krokodil bij een overheidsinstantie (dat formulier was ooit een oplossing voor een zwembadmedewerker die de opblaaskrokodil meegaf aan de verkeerde persoon en leidde tot een huilend jongetje). Maar ook aan relatieproblemen, ruzies en uiteindelijk scheidingen omdat men heeft verzuimd de kleine probleempjes aan het begin met elkaar op te lossen. Van ‘zou jij vanavond de afwas willen doen?’, naar ‘hij doet nooit iets in huis, ik ruim het wel weer op’, tot ‘we hebben al jaren geen oog meer voor elkaar en elkaars behoeften, ik denk niet dat dit nog gaat werken’.

Confronteer de oorzaak

Als we het met elkaar leuk willen houden, doen we er goed aan er een gewoonte van te maken om problemen aan te pakken bij de bron. Dat houdt in dat je bereid moet zijn om met elkaar de confrontatie aan te gaan. Om te erkennen dat je misschien wel een onderdeel bent van het probleem. Om je ten behoeve van het grotere plaatje aan te passen.

Allemaal zaken waar veel mensen moeite mee hebben of niet leuk vinden, en waarom we soms in een wereld leven die zo ingewikkeld is terwijl het zo simpel kan zijn.

Ik houd ‘m kort vandaag, want daar komt de hond al weer aan. Ik ga ‘m eens goed met zijn gedrag confronteren, of ik pas mijn werkritme aan op de behoeften van het jonge beestje. Eerst maar eens een goed robbertje vechten dus.

Gastblog: “Hoe gezond eten mijn gezin gelukkig maakt”

Gastblog door Jolanta van Helten - orthomoleculair voedingsdeskundige

Geluk is zowel het breedste als specifiekste onderwerp dat ik ken. Breed, omdat het alle terreinen van het leven beslaat. Specifiek, omdat het voor iedereen anders is. Daarom vind ik het belangrijk om af en toe andere invalshoeken te laten zien. Ik heb Jolanta gevraagd om een bijdrage, omdat zij zich richt op iets wat cruciaal is voor lichaam en geest: eten. Jolanta’s persoonlijke verhaal laat zien hoeveel de focus op gezond eten haar en haar gezin heeft gebracht. Heel mooi om te zien vind ik dat! Dus daarom stel ik haar de volgende vraag:

“Jolanta, kun jij mij vertellen over een recept in het leven (letterlijk en figuurlijk) wat jou en je omgeving gelukkig maakt?”

Healthy Jo aan het woord

Gezond eten en bewust leven zijn belangrijke voorwaarden voor een gelukkig leven. Een beroemde uitspraak van Virginia Woolf luidt: “Je kunt niet goed denken, goed liefhebben of goed slapen als je niet goed hebt gegeten.” En zo is het ook echt. Dagelijks ervaar ik de grote voordelen van gezonde voeding. Ik zie mensen om mij heen enorm opknappen nadat ze gezond(er) zijn gaan eten en hierdoor bewuster zijn gaan leven. Niet alleen jouw fysieke gesteldheid verbetert, ook mentaal ga je er enorm op vooruit. Vele onderzoeken bevestigen het gunstige effect van gezonde voeding op de hersenfuncties. Aanpassen van jouw voeding en leefstijl leidt op deze manier vanzelf naar een gelukkiger bestaan.

Persoonlijk word ik erg blij van koken, bakken en alles wat met gezonde voeding te maken heeft. Ik sta graag in de keuken en “sloof” mij graag uit voor mijn gezin. Als we daarna met zijn allen aan tafel zitten en ik zie de blije gezichten dan maakt mijn hart een sprongetje! Wetende dat ik gezond eten op tafel zet waar mijn opgroeiende kinderen veel baat bij hebben, maakt mij niet alleen blij maar versterkt het gevoel dat ik een goede moeder ben. Ik geef mijn kinderen voeding die ze hard nodig hebben in plaats van ze te vullen met lege calorieën en stofjes die niet goed voor ze zijn. Ik merk aan hun gesteldheid en goede gezondheid dat ze veel baat hebben bij hetgeen ze dagelijks in hun mond stoppen. Opvoeden houdt voor mij veel meer in dan het bijbrengen van kennis, beschaving en regels om je staande te kunnen houden in deze maatschappij. Het woord opvoeden zegt het al: voeden, letterlijk en figuurlijk is een belangrijke taak voor ouders.

healthyjo-2

Ik maak al het eten zelf klaar met verse, volwaardige en bij voorkeur biologische ingrediënten. Het gebeurt regelmatig dat ik in de keuken een maaltijd sta voor te bereiden en mijn kinderen vragen: “Wat eten wij vandaag?” Ik antwoord met bijvoorbeeld: andijvie stamppot met kippenboutjes of quinoa salade met groene groenten en fetakaas. De kids reageren met: “Yes! Lekker!” Dan kan mijn dag echt niet meer stuk. Ik voel mij blij en oprecht gelukkig. Hoe mooi is het als je kinderen blij worden van een gezonde maaltijd die ik met veel zorg en liefde heb voorbereid?

Ze zijn niet alleen bijna nooit ziek, ze hebben ook geen vage klachten, concentratie- of slaapstoornissen. Ze groeien op tot volwassenen die voeding van vulling kunnen onderscheiden. Ze gaan bewust om met de dieren en de natuur om ons heen en het zijn makkelijke eters. Hoe fijn is dat! Als we uit eten gaan dan proberen ze vaak nieuwe dingen uit. Ze nemen iets van de kaart wat ze nog niet kennen omdat ze nieuwsgierig zijn naar nieuwe smaken en structuren. Deze nieuwsgierige, flexibele houding is een hele fijne eigenschap, niet alleen wat eten betreft. In hun hele verdere leven zullen ze hier baat bij hebben.

healthyjo

Ze vinden inmiddels bijna alles lekker (behalve de jongste, die zit nog in de “ik lust het niet” fase). Van witlof, bietjes en zelfs spruitjes worden ze blij! Maar dat komt doordat ik er een karamelsausje bij maak (eerlijk is eerlijk) waarin ze de spruiten mogen dippen…. Ze bewaren altijd wat van die saus om in te vriezen. We gieten het in van die siliconen ijsblokjes vormpjes en dan hebben ze “karamel snoepjes” waar ze vervolgens nog een paar dagen lang van kunnen genieten.

Ik voel mij bevoorrecht om iedere dag over gezond voedsel te beschikken, om mijn gezin op een smaakvolle manier van de juiste voedingsstoffen te voorzien en tegelijkertijd aan hun geluk bij te dragen. Ja, ik ben een gelukkig mens!

Yolanta helpt anderen graag met haar inzichten! Kijk op www.healthyjo.nl  als je hier meer over wilt weten.

Vraagje: wat ís geluk eigenlijk?

“Vraagje: hoe zie jij de verhouding tussen tevredenheid en geluk? En daarbij, is geluk volgens jou een constante staat van zijn? Lijkt me leuk daar een blog van jouw hand over te lezen.” – Hannah

Supertof om hier vragen over te krijgen. Ik kan het iedereen aanraden om dit soort vragen op te zoeken: de vraag dwingt je namelijk om na te denken over wat belangrijk voor jou is. En aandacht schenken aan wat belangrijk is, maakt de kans groter dat je daar aan kan werken. Immers: als je geen idee hebt waar je naar toe gaat, leidt elk pad daar naar toe (Lewis Carroll in Alice in Wonderland).

Hee, volgens mij hebben we hier een brug te pakken om antwoord te geven op de vraag.

Bestaat geluk wel?

Het verraderlijke aan begrippen als geluk is het feit dat het net lijkt alsof het iets ‘is’. We hebben er immers een woord voor verzonnen, er zal een definitie voor bestaan in het woordenboek, iedereen heeft het erover, dus het zal wel een ding zijn. Zodra je je in het onderwerp gaat verdiepen is dit echter de eerste desillusie die je tegenkomt. Geluk bestaat niet. Althans, niet als één definitie die altijd en voor iedereen waar is. Al millennia vechten filosofen, geestelijk leiders, ondernemers en kunstenaars elkaar de tent uit met hun beelden van geluk.

Shit. En nu?

Vanaf deze constatering kun je grofweg twee kanten op. ‘Oe, ingewikkeld dus, laat maar zitten’ is de meest gekozen strategie. Begrijpelijk, want we hebben allemaal al genoeg om ons druk over te maken.

En toch is dat zonde. Kijk maar naar de hoeveelheid mensen die aangeven een groot deel van hun leven besteedt te hebben met het najagen van iets (carrière, geld, status) en er achter komen dat het hen daarom eigenlijk helemaal niet ging. En dat ze andere keuzes zouden maken als ze een 2e kans kregen.

Want één ding is zeker: dit is níét het oefenrondje. Dit is je leven. Vandaag is de enige dag die je hebt. Morgen is er nog niet, en gisteren is alweer voorbij. En, met gevoel voor drama, komt nooit meer terug.

Een andere strategie is: ‘laat ik enige aandacht investeren in het onderwerp en me actief verhouden tot wat er allemaal over gezegd wordt. Dat levert me vast handvatten op waar ik wat mee kan’. Het zal je niet verbazen dat ik veel meer ben voor deze strategie.

Verschillende betekenissen van geluk

En je hebt geluk, want ik heb al wat huiswerk voor ons gedaan. Ik maak gebruik van drie filosofische stromingen om drie dominante, maar radicaal verschillende opvattingen van geluk te delen. (Natuurlijk zijn er meer, maar dit is een prima eerste begin). In het dagelijkse taalgebruik kom je flarden van alledrie tegen. Maar omdat ze van elkaar verschillen, en ze allemaal schuil gaan onder dezelfde noemer, leidt dit tot problemen. Omdat ze in ons onderbewust met elkaar gaan concurreren. En zo zaait het begrip geluk zelf verwarring, frustratie en daarmee ongeluk. Onhandig he?

Ik zal een voorbeeld geven. Je komt ‘s avonds thuis na je werk en je verheugt je op een avondje ‘lekker niks’. Tevreden plof je na de afwas op de bank. Voordat je de afstandsbediening pakt, scroll je nog even door je facebook-pagina. Het is die avond een mooie lente avond, en je pagina staat bol van proostende mensen op een zonnig terrasje. Weg tevredenheid! ‘Zou ik niet eigenlijk ook moeten profiteren van de zon? Zit ik hier nutteloos op de bank te hangen’. Het geluk van de anderen (plezier) heeft in een oogwenk jouw geluk (tevredenheid) geruïneerd.

Als je niet weet dat het feitelijk gaat om verschillende betekenissen van geluk, is het maar al te gemakkelijk om je van de wijs te laten brengen. En daar heeft niemand wat aan.

Geluk als plezier

Geluk = Hèdonè (Epicurus), ‘plezierig leven’

In deze definitie van geluk gaat het om ‘dat wat plezierig is’. Dat wil zeggen dat je geluk associeert met alles wat positief is in het leven. Eigenlijk wat je tegenkomt op de gemiddelde facebook-pagina uit het voorbeeld hierboven. Die toffe ervaring die iemand ondergaat, dat gezellige samenzijn, die nieuwe look die iemand zich heeft aangemeten. De hoogtepunten zeg maar. Een begrijpelijke definitie. De definitie ‘geluk is dat waar je je ellendig door gaat voelen’ heeft denk ik minder hitpotentie.

Wel kent deze opvatting van geluk een aantal nadelen. In deze opvatting is het namelijk moeilijk omgaan met de schaduwkanten van het bestaan. En daarmee krijgt het iets krampachtigs. In extreme zin kan deze leiden tot ‘geluksjunkies’: mensen die in een zo hoog mogelijk tempo van de ene gelukservaring naar de andere te komen.

Geluk als tevredenheid

Geluk = Eudaimonia (Aristoteles), ‘tevreden op de gulden middenweg’

Aristoteles beschouwt de wereld als een wereld van tegenstellingen. In de natuur heb je water en vuur, aarde en lucht, hoog bestaat niet zonder laag en positief niet zonder negatief. Dit geldt ook voor de mens en zijn karakter: je hebt lafheid en overmoed, onzekerheid en ijdelheid, etc. In een wereld van tegenstellingen is het streven balans. Alles heeft zijn kwaliteiten, behalve als er overmatig veel van aanwezig is. De balans tussen lafheid en overmoed is dan bijvoorbeeld moed.

Een leven dat in balans is, leidt tot een tevreden bestaan op de gulden middenweg. Pas dan kun je met recht gelukkig zijn. In het voorbeeld van hiervoor: na een dag hard werken, is ontspannen op de bank dus een mooie manier om de balans te herstellen en tevreden terug te kijken op een vruchtbare inspanning.

Ook deze visie op geluk kom je vaak tegen. Maar ook hier is wat op af te dingen. Hoewel er in deze opvatting meer ruimte en erkenning is voor de schaduwkanten van het leven (die horen er immers ook bij), is het zoeken naar de middenweg een lastig streven. Als je het zou moeten vatten in een metafoor, kom je al snel op het beeld van de koorddanser, die met man en macht zijn evenwicht probeert te bewaren. Het nadeel is dat deze opvatting van geluk in de praktijk nogal kwetsbaar is en niet erg helpt in de perioden van uitersten, die de meesten van ons wel doormaken in het leven. Ook zou een extreme doorvoering van deze visie op geluk, met zijn accent op gematigdheid, kunnen leiden tot een wat weinig vreugdevolle levenshouding.

Geluk als onverstoorbare toestand

Geluk = Apatheia (Stoïcijnen), ‘vrij van lijden en verlangen’

Omdat we er niet helemaal uitkomen met bovenstaande opvattingen, is men blijven doorzoeken naar het ultieme geluk. De externe omstandigheden kunnen we namelijk nooit helemaal controleren (neem bijvoorbeeld het overlijden van een naaste) en zodra je geluk gelijkstelt aan iets (geluk = …), ben je het per definitie kwijt als het je niet lukt om wat er op … komt succesvol te realiseren. Dus hoe mooi zou het zijn als we onder alle omstandigheden ‘OK kunnen zijn met dat wat is’? Dit is het antwoord dat de Stoïcijnen, maar ook de Boeddha hebben gevonden op de grote zoektocht naar geluk.

Geluk is daarmee die staat van zijn, waarmee we in harmonie zijn met alles wat zich voor doet. Er is geen externe of interne omstandigheid die ons van de wijs brengt. Zit je op de bank na een dag hard werken en staat je facebook pagina vol met proostende foto’s? Prima. Zit je op een terras met een glas wijn in je hand en zonnestralen in je gezicht? Net zo prima. Sterker: ben je op de begrafenis van je favoriete oma? Ook dit zou je niet (on)gelukkiger maken dan welke andere ervaring.

Om deze levensopvatting ten uitvoering te brengen is het van belang om je mindstate te trainen, bijvoorbeeld door middel van meditatie maar ook door te natuur actief te bestuderen en zelfs door je tijdens het leven al bezig te houden met de dood (en daarmee jezelf gek genoeg te trainen om aanwezig te zijn in het moment). Boeddhisten en stoïcijnen wijden hier een groot deel van hun leven aan. En ook zijn de meeste mindfulness-cursussen hier op gericht.

In de praktijk lukt het natuurlijk vaak niet om deze mindstate te bereiken. Je laat je toch meevoeren door de externe prikkels, of je eigen emoties en overtuigingen. En vanuit Stoïcijns perspectief is ook dat paradoxaal genoeg OK. (voor de filosofie-cracks onder ons, ik weet dat hier de meningen over verschillen).

Wat is jouw geluk?

Terug naar de vraag uit het begin: ” Vraagje: hoe zie jij de verhouding tussen tevredenheid en geluk? En daarbij, is geluk volgens jou een constante staat van zijn?”

Technisch gezien is mijn antwoord dus dat tevredenheid één mogelijke opvatting is van geluk (eudaimonia). Net als dat een constante staat van zijn (apatheia) een mogelijke opvatting is.  Of een serie momentopnames (hèdonè) een mogelijke opvatting van geluk is.

Het gaat er daarmee niet op wat ‘het antwoord’ is, maar wat ‘jouw antwoord’ is. Welke opvatting van geluk voel jij je het meeste bij thuis? En zijn de keuzes die je in je leven maakt hiermee in overeenstemming?

Om een beeld te geven deel ik mijn persoonlijke antwoord. Niet bedoeld als norm, maar hopelijk helpt het jou scherper te krijgen hoe dit voor jou zit. Ik probeer een bewuste mix van bovenstaande visies te combineren. Ze hebben immers allemaal hun voor- en nadelen. Wel heb ik er bewust lagen in aangebracht. Het fundament zoek ik in apatheia (gelijkmoedigheid). Ik mediteer regelmatig en probeer mijn geest te trainen om in overeenstemming te leven met alles in de wereld, zowel het positieve als het negatieve. Daarbovenop zoek ik naar een evenwichtig en tevreden (eudaimonia) leven met voldoende afwisseling en probeer ik kwaliteiten als betrouwbaarheid, moed en eerlijkheid te ontwikkelen en een ethisch bestaan te leiden. Als kers op de taart gun ik het mezelf om soms simpelweg plezier (hèdonè) te hebben.

Ik geef dit weer als een piramide, met als basis de gelijkmoedigheid, en als top het plezier. De piramide is niet bedoeld om een hiërachie (meer of minder belangrijk), maar wel om de nadruk en de gelaagdheid weer te geven. Daarbij dient gelijkmoedigheid letterlijk als fundament voor evenwicht en plezier. En op deze manier maak ik mijn geluk niet afhankelijk van plezier, maar is het meer een ‘bonus’. Door ze alle drie een plek te geven erken ik bovendien de veelzijdigheid van het leven. Kiezen voor slechts één opvatting zou voor mij voelen als ‘nee’ zeggen tegen de kwaliteiten die in die opvatting verborgen liggen. En dat is dan weer weinig ‘stoïcijns’ (namelijk: OK zijn met wat is).

Gelukspiramide

Mijn persoonlijke geluksbenadering

Het leven kan zo simpel zijn (maar is dat vaak niet)

Ik heb zojuist een statafel besteld!

‘Ehm, nou en? Moet jíj weten…’ Hoor ik je denken. Klopt. Het nieuws zelf is volstrekt oninteressant. Daar gaat het ook niet om.

Waar het wel om gaat is dat ik vandaag onder de douche een aantal problemen tegelijkertijd heb opgelost. Problemen die, omdat ik er niet goed uitkwam, lang onopgelost zijn gebleven.

In deze post ontrafel ik de problemen en ga ik op onderzoek uit wat mij belemmerde om de problemen op te lossen, en wat uiteindelijk de doorslag gaf om ze aan te pakken. Daarmee bevat dit artikel inzichten voor een ieder die ook ergens tegenaan hikt.

Probleem #1: Een ongezonde zittende werkhouding

Erik Scherder‘s tegeltjeswijsheid ‘Zitten is het nieuwe roken’, overigens vaak verhaspeld tot allerlei vaak komische parafraseringen, is zo waar als een koe. Ons lichaam is niet gebouwd om grotendeels zittend door te brengen. Al onze fantastische, natuurlijk aangeboren vermogens, verschrompelen letterlijk waar we bij zitten. En erger, met deze zittende houding verliezen we een groot deel van wat ons productief maakt: onze breinfuncties gaan achteruit, ons concentratievermogen neemt af, ons bloed stroomt suboptimaal door ons lichaam, we nemen meer calorieën in dan we verbranden en er ontstaan geleidelijk allerlei gezondheidsklachten. “Uit onderzoek is gebleken dat een derde van de Nederlanders zeven tot zestien uur per dag zit” rekent Scherder voor in een white paper met de gelijknamige titel als zijn tegeltjeswijsheid.

something-somewhere-went-terribly-wrong

Ook ik ben hier ruimschoots schuldig aan. En ook ik ben me hier, net als velen van ons, al langer van bewust. Ik kom regelmatig in kantooromgevingen, waar men elkaar de zin naar het hoofd slingert – je ziet het Jiskefet-tafereel al voor je: “Ja jah! Zitten is het nieuwe Roken he? Hèhè”. Of vaker hoor je een zin als “staan is het nieuwe zitten”/”roken is het nieuwe staan”/”staan is het nieuwe roken” (doorhalen wat niet van toepassing is). De zin wordt uitgesproken  zonder dat men er de logische consequentie aan verbindt. Hoe komt dat?

Nu wil ik hier al een tijd wat aan doen. Ik heb vaak het internet afgestruind naar oplossingen om eenvoudig mijn werkplek aan te passen. Maar telkens staakte ik halverwege mijn zoektocht: te duur, te lelijk, te onpraktisch, te veel ruimte in mijn woonkamer.

Zelfs het verwijt van mijn fysiotherapeut over mijn ongeschikte werkplek brengt geen verandering. Nu heb ik twee problemen: ik werk zittend, en voel me daar nog schuldig over ook!

Probleem #2: Meer buiten willen zijn tijdens werktijd

“Ah, wat is het mooi weer buiten!” Komt ook deze kreet je bekend voor? Let op het laatste woordje: buiten. Ik hoor hem vaak, met enig verlangen, uitgesproken in mijn bijzijn. En ik kan je verklappen, dat hoor ik dan niet uit de mond van boswachters, imkers, hoveniers, en andere buitenberoepen. Nee, dit zijn altijd zogeheten professionals: beleidsadviseurs, managers, zorg- / onderwijs-/marketing-/…- professionals (wederom, doorhalen wat niet van toepassing is), bestuurders, consultants.

Ook over binnenwerken is steeds meer onderzoek gedaan. Wederom professor Erik Scherder aan het woord: “Niet alleen fysiek, maar ook geestelijk kan de boog niet doorlopend gespannen zijn. Dus bied werknemers de ruimte om af en toe dat hoofd even leeg te maken. Laat mensen af en toe verplicht tien minuten uit het raam kijken. Bouw pauzes in waarop medewerkers zichzelf even niet cognitief belasten. Iedereen kent het gevoel wel dat je de hele dag op een probleem zit te ploeteren, en je komt er maar niet uit. Tot je ’s avonds op de fiets zit of onder de douche staat en de eureka je opeens te binnen schiet. Dat komt puur doordat de hersenen even de kans hebben gekregen om te rebooten, door even wat lucht erbij te laten.”

Maar ook hier, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Je maakt geen goede sier als je een agendaverzoek afslaat omdat je even je ’10-minuten uit het raam tijd’ nodig hebt tussen twee overleggen. Overigens ben ik de eerste die met de ogen gaat rollen als ik mensen hoor die dat wel doen. Zelfs als ik thuiswerk, heb ik last van het stemmetje dat tegen me fluistert: ‘Doe iets nuttigs, wees productief’. Ik heb dit stemmetje Calvijn genoemd en we zijn inmiddels best goede vrienden.

Dus wat kan ik doen om wél buiten te zijn, maar ook Calvijn te vriend te houden?

Probleem #3: Een (on)gezellige ontmoetingsplek voor vrienden en familie

Ik droom graag. Het zal wel met dezelfde aandoening te maken hebben waar ook John Lennon mee kampte. Al toen ik hier 3 jaar geleden ging wonen droomde ik van een ongeplande zoete inval van vrienden die ineens op de stoep staan om dan uren samen te lachen, te praten en de wereld tot een betere plek te lullen. Vreemd genoeg droomde ik daar dan altijd zo’n Bertolli-tafel bij. Ik zou niet weten hoe ik dat op die 12 vierkante meter die mijn buitenplaatsje rijk is zou moeten passen, maar hé, als je droomt ben je niet zo kritisch.

“Ja jaah, John. Jij wel…”

In de praktijk komt dit er niet zo vaak van. Druk, andere plannen en als je dan even een avondje zonder plannen thuis bent, is het ook wel even goed zo. Bovendien zijn er in elke willekeurige stad plekken die zich veel beter lenen voor de setting met vrienden waar ik bij weg kan dromen. Die plekken zijn er namelijk helemaal voor ontworpen. Echt waar? Ja: het café als een droom die uitkomt.

Hoewel ik deze ontmoetingen in de stad koester, hebben ze niet de intimiteit die ergens thuis wel kan ontstaan. Naarmate de avond vordert, worden de gesprekken eerder oppervlakkiger dan dieper.

Probleem #4: Een te kleine arbeiderswoning om bovenstaande wensen in te combineren

Inmiddels ontstaat er een patroon in bovenstaande problemen. Telkens sneuvelt een mooi ideaal of ambitie in praktische bezwaren. En zo gaat het vaak. “Wat zou het toch mooi zijn als…?” “Ja, maar…”. Zodra de vernietigende combinatie van ‘ja’ en ‘maar’ om de hoek komt kijken, weet je vaak al hoe laat het is. Dit wordt niks. Leuk geprobeerd.

Een staande werkplek in je woonkamer? Ja maar, hoe dan? Meer buiten werken? Ja maar, hoe dan? Een kroeg aan huis? Ja maar, hoe dan?

De oplossing voor al uw problemen: koop een statafel!

Maar vandaag weiger ik de praktische bezwaren te laten winnen. Het door Erik Scherder geschetste eureka-moment komt inderdaad onder de douche (waarmee ik eens te meer zijn gelijk bewijs, geen dank Erik). Wat nou als ik een statafel koop en deze op mijn kleine buitenplaatsje van 12 vierkante meter plaats? Het wonderlijke is dat de oplossing ligt in het combineren van meerdere problemen. Waar je zou denken dat één probleem tegelijk oplossen al moeilijk genoeg is, blijkt hier dat het samenrapen van verschillende problemen ineens een nieuw perspectief biedt dat ik eerder nog niet had gezien.

De moraal (ja, er is een moraal, anders zou ik geen verhaal over een statafel vertellen)

Jullie begrijpen, mijn ideale leven begint zodra de statafel is geleverd. Vanaf dan werk ik gezonder, gelukkiger, productiever én na afloop: leef ik gezelliger. Ok, dit is misschien een klein beetje overdreven, maar serieus: het is op elk van die aspecten een stap in de goede richting. En daar gaat het toch om?

Ik begon dit stuk met een gevoel van ‘in dit alledaagse eureka-momentje ligt iets belangrijks besloten’. Voor degenen die nu zitten te wachten op de grote conclusie (al is het maar om Calvijn gerust te stellen dat je afgelopen 5 minuten iets nuttigs hebt gedaan), heb ik er hieronder maar liefst 5 voor je! Kies degene waar jij het meest mee kan en doe er je voordeel mee.

1. Koester een #fuckit mentaliteit

Koop gewoon die statafel als dat een goed idee is! De ingeving om een statafel te kopen viel me spontaan te binnen. Ik heb er gelijk een actie op gezet. Kans was groot geweest als ik dat ‘nog even had laten bezinken’, deze stap er weer niet van was gekomen.

2. Vertrouw op de eureka die komt als je ontspant

Broeden op deze vier problemen had waarschijnlijk niet veel uitgehaald, behalve dan dat ik me gefrustreerd zou voelen. Je ‘slimme onderbewuste’ is een fantastisch natuurlijk vermogen, waar iedereen toegang toe heeft.

3. Zoek de ontspanning gericht op

Om dat vermogen aan te boren, moet je er wel de omstandigheden voor creëren. Vlak voor de ingeving was ik even gaan hardlopen en als beloning trakteerde ik mij op een (iets te) lange, warme douche. Heerlijk, maar Calvijn begon zich tegen het einde alweer te roeren.

4. Ga voorbij aan praktische bezwaren, er is altijd een oplossing

Al te vaak laten we ons belemmeren terwijl dat helemaal niet hoeft. Maak er een gewoonte van om praktische bezwaren te negeren en te doen wat goed voelt. Voorkom dat je de mier wordt uit onderstaand filmpje.

5. Investeer in een stimulerende omgeving waarin het minder makkelijk is toe te geven aan excuses

Want hoe vaker je de praktische bezwaren negeert, hoe meer je een omgeving creëert waarin niet de smoesjes, maar de mogelijkheden vooropstaan. Nu ik deze statafel heb, heb ik het mezelf ook lastiger gemaakt om te ‘klagen’ over het verschil tussen mijn gewenste en mijn huidige levensstijl.

‘Hoe kan ik dienen?’

In navolging van mijn vorige blog, ‘Ben ik wel goed genoeg?’ deel ik een alternatieve vraag waar we ons evolutionaire brein mee kunnen versterken. Zodat we onszelf niet meer afremmen om onze optimale bijdrage aan de wereld te leveren. 

Ben ik wel goed genoeg vs. Hoe kan ik dienen?

Psychologisch is het goed verklaarbaar waarom de eerste vraag bestaat, en ook waarom velen zich deze vraag dagelijks stellen (of je je daarvan bewust bent of niet). We zijn evolutionair geprogrammeerd om gevaar te mijden. Eigenlijk is onze ‘default-modus’, om in de metafoor te blijven, dat we wel oppassen voor we iets de wereld in slingeren. De impliciete vraag ‘Ben ik wel goed genoeg?’ is dan ook een supereffectief bescherm mechanisme van je brein. Maar in de huidige tijd is dat zonde.

Hoe kan ik dienen?

Dus laten we beginnen met het herprogrammeren van ons evolutionaire brein, dat is gebouwd voor een ander tijdperk. Een belangrijke eerste stap hierin is het ‘mindful’ vervangen van de vraag ‘ben ik wel goed genoeg?’ met de vraag ‘hoe kan ik dienen?’. Deze laatste vraag doet veel meer recht aan wie we in essentie zijn en helpt ons om ons potentieel naar buiten te brengen. Het nodigt ons uit om naar buiten te komen met ieders unieke manier van zijn.

Dat is geen ‘kumbaya’, dat is noodzaak. De wereld heeft je nodig. We hebben je nodig om armoede uit te roeien, oorlogen te stoppen, om de planeet klaar te maken voor de toekomst en een prettig plek te laten zijn voor de volgende generatie. Als we niks doen staan we de verkeerde mensen toe de richting te bepalen waar het heen gaat.

Dat klinkt groot, en dat is het ook. Maar denk je eens in: wat als jij die drie kleine dingen die jij daarin kan bijdragen niet doet uit angst voor wat mensen er van vinden? En wat als iedereen die drie kleine dingen achterhoudt? We zijn immers allemaal op min of meer dezelfde manier geprogrammeerd. Het is dus zaak dat we allemaal onze stapjes zetten.

Een bijkomend voordeel van de vraag ‘hoe kan ik dienen?’ ten opzichte van andere alternatieven is dat het een aantal destructieve elementen van de menselijke psyche liefdevol beteugelt. Namelijk de neiging om ons ego te veel te doen gelden, ten koste van anderen. De vraag ‘hoe kan ik dienen?’ zuivert als het ware onze intenties voordat we overgaan tot handelen. Waardoor we er al snel op mogen vertrouwen dat ook de handeling een positief effect heeft op de wereld.

Dus begin gelijk. Stel jezelf de vraag hoe jij vandaag kan dienen, en voer het antwoord hierop uit. Doe dit telkens weer als je jezelf betrapt op twijfel. Je zult merken dat hoe vaker je dit doet, hoe makkelijker het wordt om in actie te komen. Ik doe (en dien) met je mee.

‘Ben ik wel goed genoeg?’

In navolging van mijn post op facebook van gisteren deel ik graag een vraag die impliciet ten grondslag ligt aan veel wat ik doe. Of beter: wat ik laat. De vraag die ik vaak stel voor ik besluit om iets wel of niet te uiten, of over te gaan tot actie, is voor velen een herkenbare: ‘ben ik wel goed genoeg?’, of ‘wie ben ik om…?’

Deze vraag leidt bijvoorbeeld tot een drempel om deze blog te plaatsen. Immers, wie ben ik om iets de wereld in te slingeren wat velen van ons al weten? Als ik wat langer stilsta bij hoeveel keuzes ik maak waarbij deze vraag een rol speelt, schrik ik. Uit zelfbescherming laat ik een hoop zaken aan mezelf voorbijgaan. En waarvoor eigenlijk?

Laten we eens onderzoeken waar deze vraag vandaan komt. Wat maakt dat zoveel mensen (ik weet dat ik niet de enige ben, ik heb jullie wel door!) zich deze vraag stellen? En, hoe relevant is het antwoord op die vraag?

Een onnodige beschermengel

Psychologisch is het goed verklaarbaar waarom deze vraag bestaat, en ook waarom velen zich deze vraag dagelijks stellen (of je je daarvan bewust bent of niet). We zijn evolutionair geprogrammeerd om gevaar te mijden. De mens is waar hij staat door het ongekende vermogen om in groepen samen te werken en te communiceren. Zo zijn we een evolutionaire oogwenk van een onbeduidende diersoort gestegen naar de top van de voedselketen. Dat betekent dat ons brein zich heeft ontwikkeld tot een heel fijngevoelig instrument om je sociaal aan te passen aan de groep. En binnen groepen loont het om sociaal geaccepteerd gedrag te vertonen. Onaangepast gedrag kan tot uitsluiting leiden, en in vroeger tijden staat uitsluiting uit de groep gelijk aan een doodsvonnis.

engelThanks voor je betrokkenheid, maar nu even niet

Eigenlijk is onze ‘default-modus’, om in de metafoor te blijven van hoe we zijn geprogrammeerd, dat we wel oppassen voor we iets de wereld in slingeren. En in de huidige tijd is dat zonde. Zonde, omdat het antwoord op de vraag er niet toe doet. Want wie is geïnteresseerd in het antwoord op de vraag ‘ben ik wel goed genoeg?’. Stel het antwoord is ‘nee’, wat dan? En aan wie is het om het antwoord te bepalen? Je bent er, dus de vraag of je wel goed genoeg bent is irrelevant. We hebben er niks aan als je in je hoekje blijft zitten.

Verloren potentieel

Hoe meer ik er over nadenk, hoe strijdbaarder ik word. Hoeveel mensen houden hun bijdrage aan de wereld voor zichzelf als gevolg van deze nutteloze vraag? Het gevolg hiervan is dat degenen die het minst last hebben van de vraag ‘ben ik wel goed genoeg?’, precies die mensen zijn waarvan ik zou willen dat ze wat meer zelfcensuur zouden toepassen. En ja, ik heb het over figuren zoals Donald J. Trump.

Gezien de recente wetenschappelijke ontdekkingen waaruit blijkt dat de mens in de basis goed is, lijkt het me hoog tijd dat we afrekenen met een evolutionair rudiment dat ons achterhoudt. De wereld verdient het om te weten wie je bent, wat je kunt bijdragen en we hebben het nodig dat je dit ook gaat doen!

Te beginnen met mezelf. Ik ga jullie spammen met wat ik vind, en jullie uitnodigen hetzelfde te doen. Niet om elkaar te overstemmen met een kakofonie aan oppervlakkige meningen, maar om samen gestalte te geven aan de wereld waarin we nu en in de toekomst leven willen.

Binnenkort verschijnt een vervolg op deze blog die helpt bij het ‘herprogrammeren’ van ons evolutionaire brein met een meer behulpzame vraag.

Met een grotere visie lijken obstakels kleiner

Ik hoor het zinnetje op een dag dat ik niet zo heel veel zinnetjes hoor. Misschien dat het daarom zo blijft hangen. De zin komt uit de mond van een abt (ja, dit beroep bestaat nog). Niet zo maar een abt, deze abt spreek je aan met ‘roshi’. Ik ben in een zen-boeddhistisch klooster voor een stilte retraite van vijf dagen. De dagelijkse ‘dharma talk’ is een schaarse en welkome onderbreking van de stilte.

Vanwege het internationale publiek spreekt hij de zin in het engels uit. Hij spreekt met een twinkeling in zijn ogen, alsof hij de zin zojuist ook voor het eerst hoort en net zo nieuwsgierig is naar wat hij zal gaan zeggen als ik ben: ‘When the vision is larger, the obstacles seem smaller’. Het zinnetje komt net zo snel op als dat het gaat, om vervolgens weer uit te sterven met de trillingen van het geluid. Eén maand verder staat mij van de dharma-talk weinig meer bij (het had uiteraard te maken met verlichting), maar dit zinnetje des te meer.

Het klinkt me nog steeds erg ‘waar’ in de oren. Als je nergens heen wilt is het stoten van je teen al voldoende om te denken ‘laat maar, ik blijf wel in mijn bed liggen’. Terwijl als je de Olympische Spelen wilt winnen, geen ongemak je te gek is (ik heb mensen op tv wel eens met een touw om hun middel een vrachtwagen vooruit zien lopen met een gezicht alsof hun mond uit zou scheuren. Om vervolgens iets te hard met een Noord-Nederlands accent in de microfoon sprekend te melden dat de training in aanloop naar de aanstaande winterspelen erg goed verloopt. In juli!).

Een visie, een groot doel waar je heen wilt, plaatst de zaken in perspectief. Tegenslag is te zien als een nuttige stap op je weg. Een kwetsende opmerking werkt minder verlammend.

Ook is het vinden van jouw eigen visie een kwestie van het verschuiven van je eigen perspectief. Als je terugkijkt naar de stappen in je leven, wat was dan de rode draad? En als je mag dromen zonder obstakels, waar zie je jezelf en de wereld dan het liefste over 10 of 20 jaar? Of stel jezelf de vraag: hoe wil ik dat mensen over mij spreken op mijn eigen uitvaart? Als je serieus voor deze vraag gaat zitten is hij veel minder morbide dan hij lijkt en geeft hij heel veel inzicht.

Gun je zelf een grotere visie, neem de obstakels onderweg. Begin gewoon met de eerste.

Waarom je bereid moet zijn ongelukkig te zijn om gelukkig te zijn

Geluk associëren we intuïtief met plezier, liefde, voldoening. Kortom, de ‘mooie dingen van het leven’. Vaak is onze intuïtie een fijn afgestelde graadmeter waar je maar beter goed naar kunt luisteren. Maar in dit geval werkt het niet zo. Als je niet bereid bent om ongemak te verduren, zal je nooit gelukkig zijn.

Verveeld kijk ik uit het raam van de trein. Ik voel me onrustig. Onwillekeurig vis ik telkens mijn telefoon uit mijn zak. Gedachteloos en routinematig scroll ik langs facebook, afgewisseld met het binnentrekken van nieuwe mailtjes. Wanneer ik me realiseer dat ik dit de afgelopen kwartier al drie keer haast dwangmatig heb lopen doen, steek ik mijn telefoon terug in mijn zak en ik dwing me even ‘niets’ te doen. Alle tijdschriften met artikelen over mindfulness hebben me geleerd dat ‘niets’ doen betekent dat je let op je ademhaling en probeert niet te veel te piekeren. Dat lukt me matig. Het is zonnig en de lente is jong. In principe mijn favoriete tijd van het jaar. Terwijl ik dieper Limburg inrol wordt het landschap steeds mooier en glooiender. Het lukt me niet om daar met mijn aandacht bij te zijn.

Zou ik deze gemoedstoestand als gelukkig omschrijven? Op het eerste gezicht niet. Wel overkomt het me met enige regelmaat. Vaak kan ik er wat aan doen als ik het bij mezelf opmerk, maar niet altijd.

Flow

Vooraanstaand psycholoog Csikszentmihalyi ontdekte in zijn studies naar geluk dat de gemoedstoestand die mensen het meest waarderen, waarop ze het meest gelukkig zijn, de momenten zijn van ‘flow’. Flow treedt op als je helemaal opgaat in een uitdagende taak waarin je je talenten volledig moet aanspreken om de taak uit te voeren. Het zijn de momenten waarop het voelt alsof alles vanzelf gaat. Het gaat precies zoals het moet gaan, alles valt in elkaar. Typische momenten waarop mensen flow ervaren is bij het ten gehore brengen van een mooi en ingewikkeld muziekstuk, als je met een sportteam ‘lekker in de wedstrijd zit’, of gedurende creatieve processen zoals schilderen of schrijven.

Het pijnlijke pad naar flow

Het bereiken van flow gaat echter niet over rozen. Dat is heel begrijpelijk als je kijkt naar de randvoorwaarden voor flow:

–        uitdaging
–        het gelijktijdig aanspreken van (een groot deel van) je talenten
–        je volledig kunnen overgeven aan het moment

Deze drie aspecten die tegelijkertijd moeten optreden vertalen zich direct naar drie bronnen van ongeluk.

Uitdaging

Als je van tevoren al weet dat het je gaat lukken, is het per definitie geen uitdaging. Flow vereist dus de moed om dingen uit te proberen waarvan je vooraf niet weet of je het kunt. En dat betekent dat het soms misgaat. Je hebt net niet voldoende geoefend om de situatie aan te kunnen, je bent te onervaren voor de taak of je maakt een inschattingsfout op een moment waarop er veel op het spel staat. Allemaal ‘part of the game’.

Aanspreken van je talent

Het aanspreken van je talent klinkt veel eenvoudiger dan het is. Allereerst vereist het zelfkennis: je moet weten wat je talenten zijn. Vervolgens zul je de talenten moeten ontwikkelen om ze effectief in te zetten. Een kind met een muzikaal gehoor is immers nog geen virtuoos topmuzikant. Csikszentmihalyi hanteert de vuistregel dat je ongeveer 10.000 uur moet oefenen in het uitvoeren van een taak/talent voordat je het beheerst tot het punt waarop flow kan optreden. En dat betekent dus ook uren van frustratie, doorzettingsvermogen, oefenen en telkens opnieuw proberen.

Flow

Czikszentmihalyi’s model van Flow

Overgeven aan het moment

En als je dan de juiste mate van uitdaging hebt en je talent is volledig ontwikkeld, dan nog ben je er niet. Dat briljante rapport dat je voor die belangrijke klant moet opleveren heb je misschien wel in je vingers, maar het komt er niet uit als je om de 20 minuten een andere collega aan je bureau hebt staan. Of als je om de 10 minuten je mail checkt. Je zult actief de omstandigheden moeten creëren waar je je talenten kunt omzetten in die uitzonderlijke prestatie. Dat is één van de redenen dat veel disciplines hun momenten van de waarheid organiseren. De wedstrijd in de sport, het optreden in de muziek, de deadline in het werk.

Geluk is hard werken

Aan de gelukzalige momenten van flow liggen dus vaak veel bloed, zweet en tranen ten grondslag. Vaak zelfs letterlijk. Dat maakt het kunnen omgaan met ongemak één van de belangrijkste eigenschappen om gelukkig te kunnen zijn.

Terug naar het onbestemde moment in de trein. Ik was onderweg naar één van de eerste trainingen die ik zou geven voor een managementteam. Er hing voor mij veel van af. Als ik het zou verkloten zou mijn zelfvertrouwen een flinke knauw oplopen. In het verkennende gesprek waren de verwachtingen hooggespannen. Wat als ik ze niet waar zou weten te maken? Als ik de groep niet goed aan zou voelen? Ik in mijn uitleg van de theorie de plank mis zou slaan? De door mij ontworpen werkvormen niet het juiste effect zouden hebben? Over drie uur zou voor mij ‘het moment van de waarheid’  volgen. Ik was gespannen en dwaalde in mijn gedachten telkens af naar die bijeenkomst.

De beloning: voldoening, effect en persoonlijke groei

Het is inmiddels half zes. Terwijl ik de ruimte terugzet in de oorspronkelijke opstelling komt er iemand naar me toe. ‘Dank je wel, je hebt me écht aan het denken gezet! Het is een onderwerp waar je meestal niet zo over nadenkt. Ik merkte vandaag dat ik dat eigenlijk veel vaker wél zou moeten doen.’

Een vriend zit die avond naast me op een barkruk. Mijn woorden buitelen over elkaar terwijl ik hem vertel over die middag. Het was heerlijk om te doen en ik had mijn grenzen verlegd. Bovendien voelde ik me nuttig: mede dankzij mijn bijdrage hebben nu een aantal mensen die op een invloedrijke positie zitten een aantal belangrijke nieuwe inzichten. Een vervolgafspraak staat al in de planning.

De bereidheid tot ongeluk

Het onrustige gepieker in de trein was daarmee niet slechts een gestrest moment van ‘niet gelukkig zijn’, maar tegelijkertijd een randvoorwaarde voor de flow van later die middag. Dat betekent overigens niet dat het leven een aaneenschakeling is van frustraties, zenuwen, rotklusjes die moeten leiden tot die spaarzame momenten van geluk of flow. Want ook het toewerken naar die bijzondere prestatie is vaak genoeg plezierig, leerzaam, leuk en interessant.

Het punt is meer dat je bereid moet zijn tot ongeluk. Om er dan gelukkig vaak achter te komen dat die bereidheid zelf voldoende is.