Episode #8: Koffie overpeinzingen

Komende jaren, richting 2020, onderzoeken we hoe we steeds duurzamer, vrijer, gelukkiger en comfortabeler kunnen leven. Het pad delen we graag, omdat we hopen hiermee ook anderen te inspireren.

“Geluk is niet wat het leven leuk maakt, geluk is wat het leven de moeite waard maakt.” Ons bezoek aan een tiny house, om te ervaren hoe dat zou zijn, liep iets anders dan gedacht. Soms zijn je overpeinzingen tijdens een kop koffie wat dieper dan anders.

‘Hoe kan ik dienen?’

In navolging van mijn vorige blog, ‘Ben ik wel goed genoeg?’ deel ik een alternatieve vraag waar we ons evolutionaire brein mee kunnen versterken. Zodat we onszelf niet meer afremmen om onze optimale bijdrage aan de wereld te leveren. 

Ben ik wel goed genoeg vs. Hoe kan ik dienen?

Psychologisch is het goed verklaarbaar waarom de eerste vraag bestaat, en ook waarom velen zich deze vraag dagelijks stellen (of je je daarvan bewust bent of niet). We zijn evolutionair geprogrammeerd om gevaar te mijden. Eigenlijk is onze ‘default-modus’, om in de metafoor te blijven, dat we wel oppassen voor we iets de wereld in slingeren. De impliciete vraag ‘Ben ik wel goed genoeg?’ is dan ook een supereffectief bescherm mechanisme van je brein. Maar in de huidige tijd is dat zonde.

Hoe kan ik dienen?

Dus laten we beginnen met het herprogrammeren van ons evolutionaire brein, dat is gebouwd voor een ander tijdperk. Een belangrijke eerste stap hierin is het ‘mindful’ vervangen van de vraag ‘ben ik wel goed genoeg?’ met de vraag ‘hoe kan ik dienen?’. Deze laatste vraag doet veel meer recht aan wie we in essentie zijn en helpt ons om ons potentieel naar buiten te brengen. Het nodigt ons uit om naar buiten te komen met ieders unieke manier van zijn.

Dat is geen ‘kumbaya’, dat is noodzaak. De wereld heeft je nodig. We hebben je nodig om armoede uit te roeien, oorlogen te stoppen, om de planeet klaar te maken voor de toekomst en een prettig plek te laten zijn voor de volgende generatie. Als we niks doen staan we de verkeerde mensen toe de richting te bepalen waar het heen gaat.

Dat klinkt groot, en dat is het ook. Maar denk je eens in: wat als jij die drie kleine dingen die jij daarin kan bijdragen niet doet uit angst voor wat mensen er van vinden? En wat als iedereen die drie kleine dingen achterhoudt? We zijn immers allemaal op min of meer dezelfde manier geprogrammeerd. Het is dus zaak dat we allemaal onze stapjes zetten.

Een bijkomend voordeel van de vraag ‘hoe kan ik dienen?’ ten opzichte van andere alternatieven is dat het een aantal destructieve elementen van de menselijke psyche liefdevol beteugelt. Namelijk de neiging om ons ego te veel te doen gelden, ten koste van anderen. De vraag ‘hoe kan ik dienen?’ zuivert als het ware onze intenties voordat we overgaan tot handelen. Waardoor we er al snel op mogen vertrouwen dat ook de handeling een positief effect heeft op de wereld.

Dus begin gelijk. Stel jezelf de vraag hoe jij vandaag kan dienen, en voer het antwoord hierop uit. Doe dit telkens weer als je jezelf betrapt op twijfel. Je zult merken dat hoe vaker je dit doet, hoe makkelijker het wordt om in actie te komen. Ik doe (en dien) met je mee.

‘Ben ik wel goed genoeg?’

In navolging van mijn post op facebook van gisteren deel ik graag een vraag die impliciet ten grondslag ligt aan veel wat ik doe. Of beter: wat ik laat. De vraag die ik vaak stel voor ik besluit om iets wel of niet te uiten, of over te gaan tot actie, is voor velen een herkenbare: ‘ben ik wel goed genoeg?’, of ‘wie ben ik om…?’

Deze vraag leidt bijvoorbeeld tot een drempel om deze blog te plaatsen. Immers, wie ben ik om iets de wereld in te slingeren wat velen van ons al weten? Als ik wat langer stilsta bij hoeveel keuzes ik maak waarbij deze vraag een rol speelt, schrik ik. Uit zelfbescherming laat ik een hoop zaken aan mezelf voorbijgaan. En waarvoor eigenlijk?

Laten we eens onderzoeken waar deze vraag vandaan komt. Wat maakt dat zoveel mensen (ik weet dat ik niet de enige ben, ik heb jullie wel door!) zich deze vraag stellen? En, hoe relevant is het antwoord op die vraag?

Een onnodige beschermengel

Psychologisch is het goed verklaarbaar waarom deze vraag bestaat, en ook waarom velen zich deze vraag dagelijks stellen (of je je daarvan bewust bent of niet). We zijn evolutionair geprogrammeerd om gevaar te mijden. De mens is waar hij staat door het ongekende vermogen om in groepen samen te werken en te communiceren. Zo zijn we een evolutionaire oogwenk van een onbeduidende diersoort gestegen naar de top van de voedselketen. Dat betekent dat ons brein zich heeft ontwikkeld tot een heel fijngevoelig instrument om je sociaal aan te passen aan de groep. En binnen groepen loont het om sociaal geaccepteerd gedrag te vertonen. Onaangepast gedrag kan tot uitsluiting leiden, en in vroeger tijden staat uitsluiting uit de groep gelijk aan een doodsvonnis.

engelThanks voor je betrokkenheid, maar nu even niet

Eigenlijk is onze ‘default-modus’, om in de metafoor te blijven van hoe we zijn geprogrammeerd, dat we wel oppassen voor we iets de wereld in slingeren. En in de huidige tijd is dat zonde. Zonde, omdat het antwoord op de vraag er niet toe doet. Want wie is geïnteresseerd in het antwoord op de vraag ‘ben ik wel goed genoeg?’. Stel het antwoord is ‘nee’, wat dan? En aan wie is het om het antwoord te bepalen? Je bent er, dus de vraag of je wel goed genoeg bent is irrelevant. We hebben er niks aan als je in je hoekje blijft zitten.

Verloren potentieel

Hoe meer ik er over nadenk, hoe strijdbaarder ik word. Hoeveel mensen houden hun bijdrage aan de wereld voor zichzelf als gevolg van deze nutteloze vraag? Het gevolg hiervan is dat degenen die het minst last hebben van de vraag ‘ben ik wel goed genoeg?’, precies die mensen zijn waarvan ik zou willen dat ze wat meer zelfcensuur zouden toepassen. En ja, ik heb het over figuren zoals Donald J. Trump.

Gezien de recente wetenschappelijke ontdekkingen waaruit blijkt dat de mens in de basis goed is, lijkt het me hoog tijd dat we afrekenen met een evolutionair rudiment dat ons achterhoudt. De wereld verdient het om te weten wie je bent, wat je kunt bijdragen en we hebben het nodig dat je dit ook gaat doen!

Te beginnen met mezelf. Ik ga jullie spammen met wat ik vind, en jullie uitnodigen hetzelfde te doen. Niet om elkaar te overstemmen met een kakofonie aan oppervlakkige meningen, maar om samen gestalte te geven aan de wereld waarin we nu en in de toekomst leven willen.

Binnenkort verschijnt een vervolg op deze blog die helpt bij het ‘herprogrammeren’ van ons evolutionaire brein met een meer behulpzame vraag.

Met een grotere visie lijken obstakels kleiner

Ik hoor het zinnetje op een dag dat ik niet zo heel veel zinnetjes hoor. Misschien dat het daarom zo blijft hangen. De zin komt uit de mond van een abt (ja, dit beroep bestaat nog). Niet zo maar een abt, deze abt spreek je aan met ‘roshi’. Ik ben in een zen-boeddhistisch klooster voor een stilte retraite van vijf dagen. De dagelijkse ‘dharma talk’ is een schaarse en welkome onderbreking van de stilte.

Vanwege het internationale publiek spreekt hij de zin in het engels uit. Hij spreekt met een twinkeling in zijn ogen, alsof hij de zin zojuist ook voor het eerst hoort en net zo nieuwsgierig is naar wat hij zal gaan zeggen als ik ben: ‘When the vision is larger, the obstacles seem smaller’. Het zinnetje komt net zo snel op als dat het gaat, om vervolgens weer uit te sterven met de trillingen van het geluid. Eén maand verder staat mij van de dharma-talk weinig meer bij (het had uiteraard te maken met verlichting), maar dit zinnetje des te meer.

Het klinkt me nog steeds erg ‘waar’ in de oren. Als je nergens heen wilt is het stoten van je teen al voldoende om te denken ‘laat maar, ik blijf wel in mijn bed liggen’. Terwijl als je de Olympische Spelen wilt winnen, geen ongemak je te gek is (ik heb mensen op tv wel eens met een touw om hun middel een vrachtwagen vooruit zien lopen met een gezicht alsof hun mond uit zou scheuren. Om vervolgens iets te hard met een Noord-Nederlands accent in de microfoon sprekend te melden dat de training in aanloop naar de aanstaande winterspelen erg goed verloopt. In juli!).

Een visie, een groot doel waar je heen wilt, plaatst de zaken in perspectief. Tegenslag is te zien als een nuttige stap op je weg. Een kwetsende opmerking werkt minder verlammend.

Ook is het vinden van jouw eigen visie een kwestie van het verschuiven van je eigen perspectief. Als je terugkijkt naar de stappen in je leven, wat was dan de rode draad? En als je mag dromen zonder obstakels, waar zie je jezelf en de wereld dan het liefste over 10 of 20 jaar? Of stel jezelf de vraag: hoe wil ik dat mensen over mij spreken op mijn eigen uitvaart? Als je serieus voor deze vraag gaat zitten is hij veel minder morbide dan hij lijkt en geeft hij heel veel inzicht.

Gun je zelf een grotere visie, neem de obstakels onderweg. Begin gewoon met de eerste.

Waarom je bereid moet zijn ongelukkig te zijn om gelukkig te zijn

Geluk associëren we intuïtief met plezier, liefde, voldoening. Kortom, de ‘mooie dingen van het leven’. Vaak is onze intuïtie een fijn afgestelde graadmeter waar je maar beter goed naar kunt luisteren. Maar in dit geval werkt het niet zo. Als je niet bereid bent om ongemak te verduren, zal je nooit gelukkig zijn.

Verveeld kijk ik uit het raam van de trein. Ik voel me onrustig. Onwillekeurig vis ik telkens mijn telefoon uit mijn zak. Gedachteloos en routinematig scroll ik langs facebook, afgewisseld met het binnentrekken van nieuwe mailtjes. Wanneer ik me realiseer dat ik dit de afgelopen kwartier al drie keer haast dwangmatig heb lopen doen, steek ik mijn telefoon terug in mijn zak en ik dwing me even ‘niets’ te doen. Alle tijdschriften met artikelen over mindfulness hebben me geleerd dat ‘niets’ doen betekent dat je let op je ademhaling en probeert niet te veel te piekeren. Dat lukt me matig. Het is zonnig en de lente is jong. In principe mijn favoriete tijd van het jaar. Terwijl ik dieper Limburg inrol wordt het landschap steeds mooier en glooiender. Het lukt me niet om daar met mijn aandacht bij te zijn.

Zou ik deze gemoedstoestand als gelukkig omschrijven? Op het eerste gezicht niet. Wel overkomt het me met enige regelmaat. Vaak kan ik er wat aan doen als ik het bij mezelf opmerk, maar niet altijd.

Flow

Vooraanstaand psycholoog Csikszentmihalyi ontdekte in zijn studies naar geluk dat de gemoedstoestand die mensen het meest waarderen, waarop ze het meest gelukkig zijn, de momenten zijn van ‘flow’. Flow treedt op als je helemaal opgaat in een uitdagende taak waarin je je talenten volledig moet aanspreken om de taak uit te voeren. Het zijn de momenten waarop het voelt alsof alles vanzelf gaat. Het gaat precies zoals het moet gaan, alles valt in elkaar. Typische momenten waarop mensen flow ervaren is bij het ten gehore brengen van een mooi en ingewikkeld muziekstuk, als je met een sportteam ‘lekker in de wedstrijd zit’, of gedurende creatieve processen zoals schilderen of schrijven.

Het pijnlijke pad naar flow

Het bereiken van flow gaat echter niet over rozen. Dat is heel begrijpelijk als je kijkt naar de randvoorwaarden voor flow:

–        uitdaging
–        het gelijktijdig aanspreken van (een groot deel van) je talenten
–        je volledig kunnen overgeven aan het moment

Deze drie aspecten die tegelijkertijd moeten optreden vertalen zich direct naar drie bronnen van ongeluk.

Uitdaging

Als je van tevoren al weet dat het je gaat lukken, is het per definitie geen uitdaging. Flow vereist dus de moed om dingen uit te proberen waarvan je vooraf niet weet of je het kunt. En dat betekent dat het soms misgaat. Je hebt net niet voldoende geoefend om de situatie aan te kunnen, je bent te onervaren voor de taak of je maakt een inschattingsfout op een moment waarop er veel op het spel staat. Allemaal ‘part of the game’.

Aanspreken van je talent

Het aanspreken van je talent klinkt veel eenvoudiger dan het is. Allereerst vereist het zelfkennis: je moet weten wat je talenten zijn. Vervolgens zul je de talenten moeten ontwikkelen om ze effectief in te zetten. Een kind met een muzikaal gehoor is immers nog geen virtuoos topmuzikant. Csikszentmihalyi hanteert de vuistregel dat je ongeveer 10.000 uur moet oefenen in het uitvoeren van een taak/talent voordat je het beheerst tot het punt waarop flow kan optreden. En dat betekent dus ook uren van frustratie, doorzettingsvermogen, oefenen en telkens opnieuw proberen.

Flow

Czikszentmihalyi’s model van Flow

Overgeven aan het moment

En als je dan de juiste mate van uitdaging hebt en je talent is volledig ontwikkeld, dan nog ben je er niet. Dat briljante rapport dat je voor die belangrijke klant moet opleveren heb je misschien wel in je vingers, maar het komt er niet uit als je om de 20 minuten een andere collega aan je bureau hebt staan. Of als je om de 10 minuten je mail checkt. Je zult actief de omstandigheden moeten creëren waar je je talenten kunt omzetten in die uitzonderlijke prestatie. Dat is één van de redenen dat veel disciplines hun momenten van de waarheid organiseren. De wedstrijd in de sport, het optreden in de muziek, de deadline in het werk.

Geluk is hard werken

Aan de gelukzalige momenten van flow liggen dus vaak veel bloed, zweet en tranen ten grondslag. Vaak zelfs letterlijk. Dat maakt het kunnen omgaan met ongemak één van de belangrijkste eigenschappen om gelukkig te kunnen zijn.

Terug naar het onbestemde moment in de trein. Ik was onderweg naar één van de eerste trainingen die ik zou geven voor een managementteam. Er hing voor mij veel van af. Als ik het zou verkloten zou mijn zelfvertrouwen een flinke knauw oplopen. In het verkennende gesprek waren de verwachtingen hooggespannen. Wat als ik ze niet waar zou weten te maken? Als ik de groep niet goed aan zou voelen? Ik in mijn uitleg van de theorie de plank mis zou slaan? De door mij ontworpen werkvormen niet het juiste effect zouden hebben? Over drie uur zou voor mij ‘het moment van de waarheid’  volgen. Ik was gespannen en dwaalde in mijn gedachten telkens af naar die bijeenkomst.

De beloning: voldoening, effect en persoonlijke groei

Het is inmiddels half zes. Terwijl ik de ruimte terugzet in de oorspronkelijke opstelling komt er iemand naar me toe. ‘Dank je wel, je hebt me écht aan het denken gezet! Het is een onderwerp waar je meestal niet zo over nadenkt. Ik merkte vandaag dat ik dat eigenlijk veel vaker wél zou moeten doen.’

Een vriend zit die avond naast me op een barkruk. Mijn woorden buitelen over elkaar terwijl ik hem vertel over die middag. Het was heerlijk om te doen en ik had mijn grenzen verlegd. Bovendien voelde ik me nuttig: mede dankzij mijn bijdrage hebben nu een aantal mensen die op een invloedrijke positie zitten een aantal belangrijke nieuwe inzichten. Een vervolgafspraak staat al in de planning.

De bereidheid tot ongeluk

Het onrustige gepieker in de trein was daarmee niet slechts een gestrest moment van ‘niet gelukkig zijn’, maar tegelijkertijd een randvoorwaarde voor de flow van later die middag. Dat betekent overigens niet dat het leven een aaneenschakeling is van frustraties, zenuwen, rotklusjes die moeten leiden tot die spaarzame momenten van geluk of flow. Want ook het toewerken naar die bijzondere prestatie is vaak genoeg plezierig, leerzaam, leuk en interessant.

Het punt is meer dat je bereid moet zijn tot ongeluk. Om er dan gelukkig vaak achter te komen dat die bereidheid zelf voldoende is.

 

 

Doe je televisie de deur uit

Er zijn weinig apparaten die meer tijd verslinden dan een televisie. Gemiddeld kijken wij 15uur per week televisie. En dit aantal neemt toe. Dit terwijl alles er op wijst dat we er niet gelukkiger van worden. Praktisch advies: weg ermee.

Schijnbaar wel, daadwerkelijk niet

In mijn workshops help ik mensen onderzoeken wat hen gelukkiger maakt. Onder andere door mensen te vragen foto’s te verzamelen van geluksmomenten. Nog nooit zag ik een plaatje van een televisie tussen de foto’s. Ook vraag ik mensen om hun wekelijkse activiteiten in te delen naar hoe gelukkig die activiteiten hen maken. ‘zappen’ of ‘televisie kijken’ (kort gevolgd door ‘websurfen’ en ‘youtuben’) komen vaak in de categorie: schijnbaar wel, daadwerkelijk niet. Met andere woorden: onderweg na een vermoeiende werkdag denk je: ‘ah, straks even lekker op de bank teevee kijken!’. En na het zoveelste reclameblok met de afstandsbediening in de hand en de duim op de zapper schiet door je gedachten: ‘waar was ik net ook al weer naar aan het kijken?’. Televisie kijken is voor velen een verraderlijke activiteit: je denkt er gelukkiger van te worden, maar vaak is dat niet zo.

Vaak vragen mensen mij om concrete adviezen. Meestal ben ik daar niet zo happig op, omdat ik niet voor iemand anders kan/wil bepalen wat diegene gelukkig maakt. Maar voor deze keer maak ik graag een uitzondering. Mijn advies: zet je televisie het huis uit.

Eenmalige investering

Het is één van de makkelijkste activiteiten om duurzaam gelukkiger te worden. Je hoeft namelijk maar 1x iets te doen – je televisie wegbrengen – en je hebt er elke dag profijt van. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot stoppen met roken, waarbij je elke dag de verleiding moet weerstaan.

Voordelen behouden

Gooi je dan niet het kind met het badwater weg? Er zijn wel degelijk interessante programma’s op de televisie. Even ontspannen met een comedy, een interessante documentaire, weer bijgepraat met de actualiteiten. Super handig allemaal. 10 jaar geleden had ik dit advies ook zeker niet gegeven.

Maar nu stikt het van de alternatieven om de waardevolle programma’s niet te hoeven missen. Zonder reclame! Netflix voor die goeie film, uitzendinggemist voor de publieke omroep, maar ook bij de commerciële zenders kun je tegen een kleine vergoeding bijna elke aflevering terugkijken. Wanneer jij dat wilt. Mijn ervaring is bovendien dat je het programma dan met meer aandacht en plezier kijkt: je hebt er net 0,95 cent voor betaald. En je wordt er geen cent armer van, want je betaalt die aflevering van het geld dat je daarvoor besteedde aan je kabelabonnement.

Tijd over voor dat wat telt

Zelf heb ik een (goedkope) beamer gekocht en geniet regelmatig van een filmpje of een serie. En daar zit precies de crux: omdat ik een drempel opwerp om te zien wat ik wil zien, kies ik bewust en geniet ik er meer van. Ik moet immers de beamer aansluiten, iets downloaden/streamen en soms een klein bedrag betalen. Maar dan zit ik er ook echt voor.

Daarnaast blijft er super veel tijd over. Je wint gemiddeld 15 uur per week die je kan besteden aan zaken die je meer voldoening en energie geven. Deze manier van denken heeft een hele stroming op het internet geïnspireerd: het minimalisme. Deze groep mensen maken er hun levenswerk van om zoveel mogelijk balast te ‘minimaliseren’, om zodoende zoveel mogelijk ruimte te maken voor hun passies, ervaringen, persoonlijke groei en tevredenheid. Hun site ‘the minimalists’ trekt inmiddels miljoenen bezoekers per jaar. En hieronder delen zij hun verhaal in een TEDtalk.

 

Volg je geluk wetenschappelijk!

Deze week stuitte ik op weer een fantastisch initiatief. www.trackyourhappiness.org  Een wetenschappelijk onderzoeksproject dat onderzoekt wat het leven de moeite waard maakt.

Als je je inschrijft krijg je een paar keer per dag een korte enquete (minder dan 1 minuut) over hoe gelukkig je in dat moment bent. Uit deze gigantische berg data haalt het onderzoeksteam dan belangrijke lessen over geluk. Bovendien verzamel je zo data over wat jou gelukkig maakt.

In onderstaande video legt onderzoeker Matt Killingsworth uit wat trackyourhappiness.org is én hij deelt een belangrijk wetenschappelijk verworven inzicht. Conclusie? 1-0 voor het boeddhisme.