Episode #2: Geld

Komende jaren, richting 2020, onderzoeken we hoe een duurzaam, vrij, gelukkig en comfortabel leven mogelijk is. Om het uiteindelijk te gaan leven. Het pad hiernaartoe delen we graag, omdat we hopen hiermee ook anderen te inspireren.

Wat is er eigenlijk nodig om niet meer te hoeven werken voor geld!?

Episode #5: Holiday break

Komende jaren, richting 2020, onderzoeken we hoe een duurzaam, vrij, gelukkig en comfortabel leven mogelijk is. Om het uiteindelijk te gaan leven. Het pad hiernaartoe delen we graag, omdat we hopen hiermee ook anderen te inspireren.

Na een periode van inspanning, is herstel noodzakelijk om weer met volle kracht door te kunnen op onze zoektocht. De gouden wet van supercompensatie.

Episode #6: Less is more

Komende jaren, richting 2020, onderzoeken we hoe we steeds duurzamer, vrijer, gelukkiger en comfortabeler kunnen leven. Het pad delen we graag, omdat we hopen hiermee ook anderen te inspireren.

Het helpt om weg te doen wat je niet meer nodig hebt.

Een gelukkige vogel

Gastblog door Adriaan Sleeuwenhoek - de gezonde vogelaar

Geluk is zowel het breedste als specifiekste onderwerp dat ik ken. Breed, omdat het alle terreinen van het leven beslaat. Specifiek, omdat het voor iedereen anders is. Daarom vind ik het belangrijk om af en toe andere invalshoeken te laten zien. Ik heb Adriaan gevraagd om een bijdrage, omdat Adriaan’s mooie verhaal gaat over het vinden van steun en kracht in je eigen omgeving, ook als je je daar niet helemaal in op je plek voelt. En hoe een prille liefde die niet voor iedereen voor de hand zal liggen, een duurzame inspiratiebron kan blijven om een gezond en gelukkig leven te leiden. Dus daarom stel ik hem de volgende vraag:

Adriaan, kun jij ons iets vertellen over jou geheime bron van geluk?

Adriaan Sleeuwenhoek, ook bekend als de Gezonde Vogelaar, aan het woord:

Op de basisschool ben ik veel gepest en het heeft me jaren gekost om daar overheen te komen.

Zo, dat is eruit. Los van een aantal mensen om me heen wist niemand dit eigenlijk. Maar nu dus wel. Wat dit te maken heeft met geluk? Als je ongelukkig bent of bent geweest dan weet je pas wat gelukkig zijn is en betekent. Dat is mijn stellige overtuiging. En dat is voor iedereen weer anders. Wat mij echt gelukkig maakt is het kijken naar vogels.

Zelfvertrouwen en oordeelloosheid

Vogels hielpen me ook toen ik gepest werd. Ik weet nog dat ik onderweg van school naar huis voor het eerst een goudvink zag. Een mannetje, dat zag ik aan de prachtige kleur op de borst. De kleur spatte er echt af, prachtig roodroze met een zwarte kop en snavel. Het was pure magie! Wat me verder zo aansprak in dat vogeltje was het feit dat hij zichzelf was. Hij durfde het om zijn mooiste veren te laten zien. Hij dacht er zelfs niet over na, hij was zichzelf. En jezelf durven zijn is één van de belangrijkste dingen in het leven. Helemaal als je je minder voelt of onzeker bent, zoals ik was als klein jochie. Geluk, magie en zelfvertrouwen. Dat is mijn associatie met vogels kijken.

En dat gevoel geven vogels en het kijken naar die prachtige wezens me nog steeds. In mijn basisschooltijd betekende het vogelen een uitlaatklep tegen het pesten. In tegenstelling tot de pesters lieten vogels mij in mijn waarde. Ze oordeelden niet, ze lachten me niet uit. Ze waren gewoon wat ze zijn: een vogel. Een merel, een houtduif of een bosuil. En niks anders. Voor mij was vogels kijken een mogelijkheid om mezelf te zijn, geen zorgen te hebben. Ik ging er veel op uit, met vrienden van mijn zelf opgerichte vogelclub. Dat hielp me enorm. Achteraf bezien dan. Het besef dat vogels die betekenis hebben gehad voor mij heb ik pas sinds kort. En dat inmiddels uit steeds meer wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat buiten zijn, in een groene omgeving, helpt tegen depressie en bijdraagt aan gelukkig zijn is een mooie onderstreping van mijn persoonlijke ervaring!

Vogels als inspiratiebron

Vogels zijn altijd de beste versie van zichzelf. Ze schamen zich niet voor anderen en zingen hun mooiste lied. In tegenstelling tot veel mensen, helaas. Ik vind daarom dat we als mensen veel van vogels kun leren. Wij zijn vaak bang voor de reactie van anderen, voor de oordelen van onze vrienden, buren of mensen die we niet eens kennen, dat we uitgelachen worden of dat dingen toch niet lukken. En dat is zo ontzettend zonde! Zou er ooit een ijsvogel geweest zijn die na een mislukte duik denkt “ach, waarom zou ik het nog een keer proberen, het ging net ook mis”. Tuurlijk niet, de ijsvogel probeert het gewoon nog een keer. Net zolang tot het wel lukt. En heb je wel eens een merel gezien die niet durft om zijn mooiste lied te zingen, omdat hij bang is dat de andere merels hem uitlachen? Nee! Hij zingt zo hard als hij kan, zo mooi als hij kan, laat zien dat hij de baas is. En is dus een focking baas :-). Dus denk jij wel eens “moet ik mijn gevoel volgen?”, “moet ik dat nou eigenlijk wel doen?” of “wat zullen anderen wel niet denken of zeggen”. Denk dan aan deze vogels en laat je niet tegenhouden. Be the best version of you! Want als jij je beste zelf kunt zijn dan wordt de wereld een betere plek. Daar ben ik zeker van!

gezonde-vogelaar

Van inspiratie naar missie

Dat is wat we van vogels kunnen leren. En je kunt als mens echt geluk ervaren door buiten in de natuur te zijn en naar vogels te kijken. Daarom heb ik het mijn missie gemaakt om met zoveel mogelijk mensen te delen hoe fantastisch vogels en natuur zijn. Buiten zijn, in de natuur, in een groene omgeving, de prachtige vogels met hun unieke gedrag en karakters, met je volle aandacht bij je omgeving zijn, de kick die je krijgt van het zien van bijzondere vogels. Dan is er voor mij maar één woord van toepassing en dat is: GELUK!

Ik hoop dat geluk ook een keer met jou te kunnen delen! Misschien op één van mijn activiteiten, maar sowieso kun je me volgen via mijn website en Facebook.

 

Het leven kan zo simpel zijn (maar is dat vaak niet)

Ik heb zojuist een statafel besteld!

‘Ehm, nou en? Moet jíj weten…’ Hoor ik je denken. Klopt. Het nieuws zelf is volstrekt oninteressant. Daar gaat het ook niet om.

Waar het wel om gaat is dat ik vandaag onder de douche een aantal problemen tegelijkertijd heb opgelost. Problemen die, omdat ik er niet goed uitkwam, lang onopgelost zijn gebleven.

In deze post ontrafel ik de problemen en ga ik op onderzoek uit wat mij belemmerde om de problemen op te lossen, en wat uiteindelijk de doorslag gaf om ze aan te pakken. Daarmee bevat dit artikel inzichten voor een ieder die ook ergens tegenaan hikt.

Probleem #1: Een ongezonde zittende werkhouding

Erik Scherder‘s tegeltjeswijsheid ‘Zitten is het nieuwe roken’, overigens vaak verhaspeld tot allerlei vaak komische parafraseringen, is zo waar als een koe. Ons lichaam is niet gebouwd om grotendeels zittend door te brengen. Al onze fantastische, natuurlijk aangeboren vermogens, verschrompelen letterlijk waar we bij zitten. En erger, met deze zittende houding verliezen we een groot deel van wat ons productief maakt: onze breinfuncties gaan achteruit, ons concentratievermogen neemt af, ons bloed stroomt suboptimaal door ons lichaam, we nemen meer calorieën in dan we verbranden en er ontstaan geleidelijk allerlei gezondheidsklachten. “Uit onderzoek is gebleken dat een derde van de Nederlanders zeven tot zestien uur per dag zit” rekent Scherder voor in een white paper met de gelijknamige titel als zijn tegeltjeswijsheid.

something-somewhere-went-terribly-wrong

Ook ik ben hier ruimschoots schuldig aan. En ook ik ben me hier, net als velen van ons, al langer van bewust. Ik kom regelmatig in kantooromgevingen, waar men elkaar de zin naar het hoofd slingert – je ziet het Jiskefet-tafereel al voor je: “Ja jah! Zitten is het nieuwe Roken he? Hèhè”. Of vaker hoor je een zin als “staan is het nieuwe zitten”/”roken is het nieuwe staan”/”staan is het nieuwe roken” (doorhalen wat niet van toepassing is). De zin wordt uitgesproken  zonder dat men er de logische consequentie aan verbindt. Hoe komt dat?

Nu wil ik hier al een tijd wat aan doen. Ik heb vaak het internet afgestruind naar oplossingen om eenvoudig mijn werkplek aan te passen. Maar telkens staakte ik halverwege mijn zoektocht: te duur, te lelijk, te onpraktisch, te veel ruimte in mijn woonkamer.

Zelfs het verwijt van mijn fysiotherapeut over mijn ongeschikte werkplek brengt geen verandering. Nu heb ik twee problemen: ik werk zittend, en voel me daar nog schuldig over ook!

Probleem #2: Meer buiten willen zijn tijdens werktijd

“Ah, wat is het mooi weer buiten!” Komt ook deze kreet je bekend voor? Let op het laatste woordje: buiten. Ik hoor hem vaak, met enig verlangen, uitgesproken in mijn bijzijn. En ik kan je verklappen, dat hoor ik dan niet uit de mond van boswachters, imkers, hoveniers, en andere buitenberoepen. Nee, dit zijn altijd zogeheten professionals: beleidsadviseurs, managers, zorg- / onderwijs-/marketing-/…- professionals (wederom, doorhalen wat niet van toepassing is), bestuurders, consultants.

Ook over binnenwerken is steeds meer onderzoek gedaan. Wederom professor Erik Scherder aan het woord: “Niet alleen fysiek, maar ook geestelijk kan de boog niet doorlopend gespannen zijn. Dus bied werknemers de ruimte om af en toe dat hoofd even leeg te maken. Laat mensen af en toe verplicht tien minuten uit het raam kijken. Bouw pauzes in waarop medewerkers zichzelf even niet cognitief belasten. Iedereen kent het gevoel wel dat je de hele dag op een probleem zit te ploeteren, en je komt er maar niet uit. Tot je ’s avonds op de fiets zit of onder de douche staat en de eureka je opeens te binnen schiet. Dat komt puur doordat de hersenen even de kans hebben gekregen om te rebooten, door even wat lucht erbij te laten.”

Maar ook hier, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Je maakt geen goede sier als je een agendaverzoek afslaat omdat je even je ’10-minuten uit het raam tijd’ nodig hebt tussen twee overleggen. Overigens ben ik de eerste die met de ogen gaat rollen als ik mensen hoor die dat wel doen. Zelfs als ik thuiswerk, heb ik last van het stemmetje dat tegen me fluistert: ‘Doe iets nuttigs, wees productief’. Ik heb dit stemmetje Calvijn genoemd en we zijn inmiddels best goede vrienden.

Dus wat kan ik doen om wél buiten te zijn, maar ook Calvijn te vriend te houden?

Probleem #3: Een (on)gezellige ontmoetingsplek voor vrienden en familie

Ik droom graag. Het zal wel met dezelfde aandoening te maken hebben waar ook John Lennon mee kampte. Al toen ik hier 3 jaar geleden ging wonen droomde ik van een ongeplande zoete inval van vrienden die ineens op de stoep staan om dan uren samen te lachen, te praten en de wereld tot een betere plek te lullen. Vreemd genoeg droomde ik daar dan altijd zo’n Bertolli-tafel bij. Ik zou niet weten hoe ik dat op die 12 vierkante meter die mijn buitenplaatsje rijk is zou moeten passen, maar hé, als je droomt ben je niet zo kritisch.

“Ja jaah, John. Jij wel…”

In de praktijk komt dit er niet zo vaak van. Druk, andere plannen en als je dan even een avondje zonder plannen thuis bent, is het ook wel even goed zo. Bovendien zijn er in elke willekeurige stad plekken die zich veel beter lenen voor de setting met vrienden waar ik bij weg kan dromen. Die plekken zijn er namelijk helemaal voor ontworpen. Echt waar? Ja: het café als een droom die uitkomt.

Hoewel ik deze ontmoetingen in de stad koester, hebben ze niet de intimiteit die ergens thuis wel kan ontstaan. Naarmate de avond vordert, worden de gesprekken eerder oppervlakkiger dan dieper.

Probleem #4: Een te kleine arbeiderswoning om bovenstaande wensen in te combineren

Inmiddels ontstaat er een patroon in bovenstaande problemen. Telkens sneuvelt een mooi ideaal of ambitie in praktische bezwaren. En zo gaat het vaak. “Wat zou het toch mooi zijn als…?” “Ja, maar…”. Zodra de vernietigende combinatie van ‘ja’ en ‘maar’ om de hoek komt kijken, weet je vaak al hoe laat het is. Dit wordt niks. Leuk geprobeerd.

Een staande werkplek in je woonkamer? Ja maar, hoe dan? Meer buiten werken? Ja maar, hoe dan? Een kroeg aan huis? Ja maar, hoe dan?

De oplossing voor al uw problemen: koop een statafel!

Maar vandaag weiger ik de praktische bezwaren te laten winnen. Het door Erik Scherder geschetste eureka-moment komt inderdaad onder de douche (waarmee ik eens te meer zijn gelijk bewijs, geen dank Erik). Wat nou als ik een statafel koop en deze op mijn kleine buitenplaatsje van 12 vierkante meter plaats? Het wonderlijke is dat de oplossing ligt in het combineren van meerdere problemen. Waar je zou denken dat één probleem tegelijk oplossen al moeilijk genoeg is, blijkt hier dat het samenrapen van verschillende problemen ineens een nieuw perspectief biedt dat ik eerder nog niet had gezien.

De moraal (ja, er is een moraal, anders zou ik geen verhaal over een statafel vertellen)

Jullie begrijpen, mijn ideale leven begint zodra de statafel is geleverd. Vanaf dan werk ik gezonder, gelukkiger, productiever én na afloop: leef ik gezelliger. Ok, dit is misschien een klein beetje overdreven, maar serieus: het is op elk van die aspecten een stap in de goede richting. En daar gaat het toch om?

Ik begon dit stuk met een gevoel van ‘in dit alledaagse eureka-momentje ligt iets belangrijks besloten’. Voor degenen die nu zitten te wachten op de grote conclusie (al is het maar om Calvijn gerust te stellen dat je afgelopen 5 minuten iets nuttigs hebt gedaan), heb ik er hieronder maar liefst 5 voor je! Kies degene waar jij het meest mee kan en doe er je voordeel mee.

1. Koester een #fuckit mentaliteit

Koop gewoon die statafel als dat een goed idee is! De ingeving om een statafel te kopen viel me spontaan te binnen. Ik heb er gelijk een actie op gezet. Kans was groot geweest als ik dat ‘nog even had laten bezinken’, deze stap er weer niet van was gekomen.

2. Vertrouw op de eureka die komt als je ontspant

Broeden op deze vier problemen had waarschijnlijk niet veel uitgehaald, behalve dan dat ik me gefrustreerd zou voelen. Je ‘slimme onderbewuste’ is een fantastisch natuurlijk vermogen, waar iedereen toegang toe heeft.

3. Zoek de ontspanning gericht op

Om dat vermogen aan te boren, moet je er wel de omstandigheden voor creëren. Vlak voor de ingeving was ik even gaan hardlopen en als beloning trakteerde ik mij op een (iets te) lange, warme douche. Heerlijk, maar Calvijn begon zich tegen het einde alweer te roeren.

4. Ga voorbij aan praktische bezwaren, er is altijd een oplossing

Al te vaak laten we ons belemmeren terwijl dat helemaal niet hoeft. Maak er een gewoonte van om praktische bezwaren te negeren en te doen wat goed voelt. Voorkom dat je de mier wordt uit onderstaand filmpje.

5. Investeer in een stimulerende omgeving waarin het minder makkelijk is toe te geven aan excuses

Want hoe vaker je de praktische bezwaren negeert, hoe meer je een omgeving creëert waarin niet de smoesjes, maar de mogelijkheden vooropstaan. Nu ik deze statafel heb, heb ik het mezelf ook lastiger gemaakt om te ‘klagen’ over het verschil tussen mijn gewenste en mijn huidige levensstijl.

‘Ben ik wel goed genoeg?’

In navolging van mijn post op facebook van gisteren deel ik graag een vraag die impliciet ten grondslag ligt aan veel wat ik doe. Of beter: wat ik laat. De vraag die ik vaak stel voor ik besluit om iets wel of niet te uiten, of over te gaan tot actie, is voor velen een herkenbare: ‘ben ik wel goed genoeg?’, of ‘wie ben ik om…?’

Deze vraag leidt bijvoorbeeld tot een drempel om deze blog te plaatsen. Immers, wie ben ik om iets de wereld in te slingeren wat velen van ons al weten? Als ik wat langer stilsta bij hoeveel keuzes ik maak waarbij deze vraag een rol speelt, schrik ik. Uit zelfbescherming laat ik een hoop zaken aan mezelf voorbijgaan. En waarvoor eigenlijk?

Laten we eens onderzoeken waar deze vraag vandaan komt. Wat maakt dat zoveel mensen (ik weet dat ik niet de enige ben, ik heb jullie wel door!) zich deze vraag stellen? En, hoe relevant is het antwoord op die vraag?

Een onnodige beschermengel

Psychologisch is het goed verklaarbaar waarom deze vraag bestaat, en ook waarom velen zich deze vraag dagelijks stellen (of je je daarvan bewust bent of niet). We zijn evolutionair geprogrammeerd om gevaar te mijden. De mens is waar hij staat door het ongekende vermogen om in groepen samen te werken en te communiceren. Zo zijn we een evolutionaire oogwenk van een onbeduidende diersoort gestegen naar de top van de voedselketen. Dat betekent dat ons brein zich heeft ontwikkeld tot een heel fijngevoelig instrument om je sociaal aan te passen aan de groep. En binnen groepen loont het om sociaal geaccepteerd gedrag te vertonen. Onaangepast gedrag kan tot uitsluiting leiden, en in vroeger tijden staat uitsluiting uit de groep gelijk aan een doodsvonnis.

engelThanks voor je betrokkenheid, maar nu even niet

Eigenlijk is onze ‘default-modus’, om in de metafoor te blijven van hoe we zijn geprogrammeerd, dat we wel oppassen voor we iets de wereld in slingeren. En in de huidige tijd is dat zonde. Zonde, omdat het antwoord op de vraag er niet toe doet. Want wie is geïnteresseerd in het antwoord op de vraag ‘ben ik wel goed genoeg?’. Stel het antwoord is ‘nee’, wat dan? En aan wie is het om het antwoord te bepalen? Je bent er, dus de vraag of je wel goed genoeg bent is irrelevant. We hebben er niks aan als je in je hoekje blijft zitten.

Verloren potentieel

Hoe meer ik er over nadenk, hoe strijdbaarder ik word. Hoeveel mensen houden hun bijdrage aan de wereld voor zichzelf als gevolg van deze nutteloze vraag? Het gevolg hiervan is dat degenen die het minst last hebben van de vraag ‘ben ik wel goed genoeg?’, precies die mensen zijn waarvan ik zou willen dat ze wat meer zelfcensuur zouden toepassen. En ja, ik heb het over figuren zoals Donald J. Trump.

Gezien de recente wetenschappelijke ontdekkingen waaruit blijkt dat de mens in de basis goed is, lijkt het me hoog tijd dat we afrekenen met een evolutionair rudiment dat ons achterhoudt. De wereld verdient het om te weten wie je bent, wat je kunt bijdragen en we hebben het nodig dat je dit ook gaat doen!

Te beginnen met mezelf. Ik ga jullie spammen met wat ik vind, en jullie uitnodigen hetzelfde te doen. Niet om elkaar te overstemmen met een kakofonie aan oppervlakkige meningen, maar om samen gestalte te geven aan de wereld waarin we nu en in de toekomst leven willen.

Binnenkort verschijnt een vervolg op deze blog die helpt bij het ‘herprogrammeren’ van ons evolutionaire brein met een meer behulpzame vraag.

Waarom je bereid moet zijn ongelukkig te zijn om gelukkig te zijn

Geluk associëren we intuïtief met plezier, liefde, voldoening. Kortom, de ‘mooie dingen van het leven’. Vaak is onze intuïtie een fijn afgestelde graadmeter waar je maar beter goed naar kunt luisteren. Maar in dit geval werkt het niet zo. Als je niet bereid bent om ongemak te verduren, zal je nooit gelukkig zijn.

Verveeld kijk ik uit het raam van de trein. Ik voel me onrustig. Onwillekeurig vis ik telkens mijn telefoon uit mijn zak. Gedachteloos en routinematig scroll ik langs facebook, afgewisseld met het binnentrekken van nieuwe mailtjes. Wanneer ik me realiseer dat ik dit de afgelopen kwartier al drie keer haast dwangmatig heb lopen doen, steek ik mijn telefoon terug in mijn zak en ik dwing me even ‘niets’ te doen. Alle tijdschriften met artikelen over mindfulness hebben me geleerd dat ‘niets’ doen betekent dat je let op je ademhaling en probeert niet te veel te piekeren. Dat lukt me matig. Het is zonnig en de lente is jong. In principe mijn favoriete tijd van het jaar. Terwijl ik dieper Limburg inrol wordt het landschap steeds mooier en glooiender. Het lukt me niet om daar met mijn aandacht bij te zijn.

Zou ik deze gemoedstoestand als gelukkig omschrijven? Op het eerste gezicht niet. Wel overkomt het me met enige regelmaat. Vaak kan ik er wat aan doen als ik het bij mezelf opmerk, maar niet altijd.

Flow

Vooraanstaand psycholoog Csikszentmihalyi ontdekte in zijn studies naar geluk dat de gemoedstoestand die mensen het meest waarderen, waarop ze het meest gelukkig zijn, de momenten zijn van ‘flow’. Flow treedt op als je helemaal opgaat in een uitdagende taak waarin je je talenten volledig moet aanspreken om de taak uit te voeren. Het zijn de momenten waarop het voelt alsof alles vanzelf gaat. Het gaat precies zoals het moet gaan, alles valt in elkaar. Typische momenten waarop mensen flow ervaren is bij het ten gehore brengen van een mooi en ingewikkeld muziekstuk, als je met een sportteam ‘lekker in de wedstrijd zit’, of gedurende creatieve processen zoals schilderen of schrijven.

Het pijnlijke pad naar flow

Het bereiken van flow gaat echter niet over rozen. Dat is heel begrijpelijk als je kijkt naar de randvoorwaarden voor flow:

–        uitdaging
–        het gelijktijdig aanspreken van (een groot deel van) je talenten
–        je volledig kunnen overgeven aan het moment

Deze drie aspecten die tegelijkertijd moeten optreden vertalen zich direct naar drie bronnen van ongeluk.

Uitdaging

Als je van tevoren al weet dat het je gaat lukken, is het per definitie geen uitdaging. Flow vereist dus de moed om dingen uit te proberen waarvan je vooraf niet weet of je het kunt. En dat betekent dat het soms misgaat. Je hebt net niet voldoende geoefend om de situatie aan te kunnen, je bent te onervaren voor de taak of je maakt een inschattingsfout op een moment waarop er veel op het spel staat. Allemaal ‘part of the game’.

Aanspreken van je talent

Het aanspreken van je talent klinkt veel eenvoudiger dan het is. Allereerst vereist het zelfkennis: je moet weten wat je talenten zijn. Vervolgens zul je de talenten moeten ontwikkelen om ze effectief in te zetten. Een kind met een muzikaal gehoor is immers nog geen virtuoos topmuzikant. Csikszentmihalyi hanteert de vuistregel dat je ongeveer 10.000 uur moet oefenen in het uitvoeren van een taak/talent voordat je het beheerst tot het punt waarop flow kan optreden. En dat betekent dus ook uren van frustratie, doorzettingsvermogen, oefenen en telkens opnieuw proberen.

Flow

Czikszentmihalyi’s model van Flow

Overgeven aan het moment

En als je dan de juiste mate van uitdaging hebt en je talent is volledig ontwikkeld, dan nog ben je er niet. Dat briljante rapport dat je voor die belangrijke klant moet opleveren heb je misschien wel in je vingers, maar het komt er niet uit als je om de 20 minuten een andere collega aan je bureau hebt staan. Of als je om de 10 minuten je mail checkt. Je zult actief de omstandigheden moeten creëren waar je je talenten kunt omzetten in die uitzonderlijke prestatie. Dat is één van de redenen dat veel disciplines hun momenten van de waarheid organiseren. De wedstrijd in de sport, het optreden in de muziek, de deadline in het werk.

Geluk is hard werken

Aan de gelukzalige momenten van flow liggen dus vaak veel bloed, zweet en tranen ten grondslag. Vaak zelfs letterlijk. Dat maakt het kunnen omgaan met ongemak één van de belangrijkste eigenschappen om gelukkig te kunnen zijn.

Terug naar het onbestemde moment in de trein. Ik was onderweg naar één van de eerste trainingen die ik zou geven voor een managementteam. Er hing voor mij veel van af. Als ik het zou verkloten zou mijn zelfvertrouwen een flinke knauw oplopen. In het verkennende gesprek waren de verwachtingen hooggespannen. Wat als ik ze niet waar zou weten te maken? Als ik de groep niet goed aan zou voelen? Ik in mijn uitleg van de theorie de plank mis zou slaan? De door mij ontworpen werkvormen niet het juiste effect zouden hebben? Over drie uur zou voor mij ‘het moment van de waarheid’  volgen. Ik was gespannen en dwaalde in mijn gedachten telkens af naar die bijeenkomst.

De beloning: voldoening, effect en persoonlijke groei

Het is inmiddels half zes. Terwijl ik de ruimte terugzet in de oorspronkelijke opstelling komt er iemand naar me toe. ‘Dank je wel, je hebt me écht aan het denken gezet! Het is een onderwerp waar je meestal niet zo over nadenkt. Ik merkte vandaag dat ik dat eigenlijk veel vaker wél zou moeten doen.’

Een vriend zit die avond naast me op een barkruk. Mijn woorden buitelen over elkaar terwijl ik hem vertel over die middag. Het was heerlijk om te doen en ik had mijn grenzen verlegd. Bovendien voelde ik me nuttig: mede dankzij mijn bijdrage hebben nu een aantal mensen die op een invloedrijke positie zitten een aantal belangrijke nieuwe inzichten. Een vervolgafspraak staat al in de planning.

De bereidheid tot ongeluk

Het onrustige gepieker in de trein was daarmee niet slechts een gestrest moment van ‘niet gelukkig zijn’, maar tegelijkertijd een randvoorwaarde voor de flow van later die middag. Dat betekent overigens niet dat het leven een aaneenschakeling is van frustraties, zenuwen, rotklusjes die moeten leiden tot die spaarzame momenten van geluk of flow. Want ook het toewerken naar die bijzondere prestatie is vaak genoeg plezierig, leerzaam, leuk en interessant.

Het punt is meer dat je bereid moet zijn tot ongeluk. Om er dan gelukkig vaak achter te komen dat die bereidheid zelf voldoende is.

 

 

Wie ben jij om geluk na te streven?

Gisteren in de trein kreeg ik deze hele goede, op verontwaardigde toon gestelde, vraag. Het begon met een vriendelijke provocatie nadat ik vertelde over mijn bedrijf: ‘dus jij kan andere mensen gelukkig maken?’. Mijn antwoord raakte een snaar, waarna het vriendelijk kabbelend gesprek van daarvoor een andere wending aannam. Heel begrijpelijk, want we zijn niet gewend om naar onze eigen aannames te kijken. Terwijl deze heel bepalend zijn voor het geluk dat we nastreven.

De onverwachte waarde van een treinvertraging

Onderweg naar de verjaardag van mijn nichtje, gewapend met een paar minnie mouse sloffen, mis ik mijn aansluiting. De omroeper op het station heeft het steeds over de ‘weersomstandigheden’. Ik vermoed dat hij doelt op het plasje gesmolten sneeuw voor mij op het perron, want een waterig winterzonnetje verwarmt het bankje waar ik op zit te wachten. “Is de trein van 13.19uur al vertrokken of moet hij nog komen?” Vanaf dat moment heb ik een medereiziger, een rechtenstudente van 23 jaar. We raken aan de praat. Eenmaal in de trein, ergens tussen Amsterdam en Haarlem, komt de vraag of ik nog specifieke ambities heb voor de toekomst. Ik zeg haar dat ik een wedje heb gelegd met mezelf. “Altijd goed”, klinkt de aanmoediging om er meer over te vertellen.

Ik vertel haar dat ik een organisatie heb die zich richt op het vergroten van geluk. Een argwanende glimlach verschijnt op haar gezicht. “Dus jij kan mensen gelukkiger maken?”. De uitdagende toon drijft me niet in de verdediging, ik heb alle tijd om mezelf goed aan de kaak te laten stellen. Levert altijd iets interessants op: “Niet ‘ik’. Ménsen kunnen mensen gelukkig maken”. “Maar ze betalen jóu voor je workshops”. “Klopt, mijn workshops vormen de setting waar je als deelnemer kan onderzoeken hoe dat voor jou werkt.” Haar blik schoot naar het plafond van de trein, in gedachten verzonken. “Daar moet ik even over nadenken.”

Het lijkt de eerste keer dat ik bij haar de aandacht vestig op geluk als iets waar je bewust mee aan de slag kunt. Een derde reiziger doet net of ze niet meeluistert, maar doet dat iets te opzichtig.

Aanname 1: Je moet zelf wel heel gelukkig zijn, om je bezig te mogen houden met andermans geluk

“Maar ben jij in je workshops dan de ‘geluksexpert’?” vervolgt ze. “Nee, zeker niet. Elke workshop wordt mijn begrip van wat geluk kan zijn weer rijker, dus het is voor mij ook super leerzaam. Ik heb me er de laatste jaren wel heel bewust in verdiept. Daarmee heb ik ontdekt dat onze strategieën om gelukkig te worden, vaak niet al te effectief zijn. Terwijl er super veel kennis is opgedaan daarover de laatste 3.000 jaar. Persoonlijk lijkt het mij handig om daar gebruik van te maken.”

Aanname 2: Geluk is iets persoonlijks, daar kan niemand wat op zeggen

De reis tussen Amsterdam en Haarlem duurt niet zo lang. Jammer, want vlak voor we aankomen springt de derde reiziger met energie in het gesprek. Ze kan zich niet meer inhouden. “Met hedonisme is helemaal níks mis!” slaakt ze terwijl we langs een drukbezochte IKEA rijden en hardop filosoferen in hoeverre je nou écht gelukkig wordt van Zweedse gehaktballetjes met cranberry-saus. Ik begin nog meer plezier te krijgen in dit gesprek. Intussen excuseert ze zich dat ze ons heeft zitten afluisteren. Ze licht toe dat ze zich als afgestudeerd historica heeft verdiept in de ideeënkunde (dat lijkt me overigens een fantastisch vakgebied!), en dat ze wel degelijk een aardig woordje mee kan praten over het onderwerp. Ik breng in dat ik nooit heb beweerd dat er iets mis is met hedonisme, en voeg er aan toe dat het mij precies draait om wat zij gedaan heeft: je verdiepen in de verschillende opvattingen achter geluk, zodat je zelf je keus kan maken.

Aanname 3: Geluk overkomt je, daar heb je zelf geen invloed op

De rechtenstudente lijkt nog niet helemaal overtuigd dat een workshop een goede investering is als je gelukkiger wilt worden, maar ze is zichtbaar aan het denken gezet. Ook bij mij is er dankzij het gesprek weer iets in gang gezet. Hoe komt het dat ik zo veel losmaak als ik uitspreek dat het mijn intentie is om geluk te doen vergroten? Zelfs bij wildvreemden? Vanuit het niets beland ik in het beklaagden bankje, alsof ik iets fouts heb gezegd. Alsof ik een aanval heb gedaan. Vanuit het niets ontstaat een geanimeerd gesprek. Vanuit het niets veranderen drie voorbijgangers, die in principe weinig met elkaar te maken hebben, in gespreksgenoten die een gesprek voeren alsof er iets belangrijks op het spel staat.

Afbeelding: Is geluk maakbaar?

Het lijkt er sterk op dat ik iets heb geraakt waar ik niet aan mag komen. Wat dat ‘iets’ is? Hier een mogelijke verklaring: ik denk dat heel veel mensen ongemakkelijk worden van het idee dat je zelf invloed uit kan oefenen op je geluk. Alsof ik daarmee zeg dat als je niet helemaal gelukkig bent, dit vooral je eigen schuld is. En dat een workshop van mij hiervoor de remedie zou zijn.

Het beeld dat het best past bij deze opvatting van geluk is een klavertje-vier. Het leven is een willekeurige opvolging van ontwikkelingen. Meestal niks uitzonderlijks, met af en toe een uitschieter naar boven of onder. Geluk overkomt je, net als bijvoorbeeld verliefdheid. Geniet ervan als het gebeurt.

Uiteraard is er veel in het leven waar we geen enkele grip op hebben. En ik denk ook zeker dat geluk deels wordt bepaald door de mate waarin je je met dat gegeven kunt verenigen. Toch betekent dat niet dat geluk als een soort lot uit de loterij is.

Aanname 4: Geluk ligt (deels) in je eigen handen

Dat brengt me bij mijn eigen aanname. Uiteindelijk heb ik er zelf ook geen hard bewijs voor dat je zelf aan de basis staat van het geluk van jezelf en anderen. Toch geloof ik in een wereld die we samen maken. En in de wetenschap, filosofie, religie en andere bronnen van wijsheid (zoals bijvoorbeeld dit uitstekende boek) vind ik telkens weer indicaties dat dit in elk geval deels waar is. Maar vooral vind ik bevestiging uit mijn eigen ervaring. In elk besluit, in elke handeling bouwen we aan de huidige en toekomstige wereld. Zoals een boer die zijn akker met zorg en liefde bebouwt. Dat is geen garantie voor een gelukte oogst, maar het brengt de kans daarop wel dichterbij. Daarmee heb ik zelf in elk geval het antwoord op de vraag “wie ben jij om geluk na te streven?”

Waarom de naam ReignBow?

Telkens als ik vertel over wat ik doe, krijg ik de vraag ‘hoe kom je aan die naam?’ Nou, zo dus.

Zoeken naar wat jou gelukkig maakt

De regenboog is al heel lang een symbool voor geluk. Denk ook aan de pot goud aan het eind. En als je kijkt naar een aantal eigenschappen van een regenboog, is het eigenlijk een heel logisch symbool. Een regenboog komt tot stand door een combinatie van (schijnbare) tegenstrijdigheden. Hij verschijnt slechts als het tegelijkertijd regent en de zon schijnt. Dat maakt een regenboog tegelijkertijd bijzonder (je ziet ‘m niet elke dag), mooi (het witte licht van de zon valt uiteen in alle mogelijke kleuren door het prisma van de regendruppels) en vluchtig (hij is weg voor je erg in hebt). Ten slotte bepaalt je positie en je kijkrichting of je de regenboog ook daadwerkelijk te zien krijgt. Dat maakt het zien van een regenboog tot een persoonlijke aangelegenheid. Ook zoeken naar geluk is een grillig proces. Tegelijkertijd is het impliciet of expliciet ons streven om gelukkig te zijn. Niemand staat ‘s ochtends op met het idee: ‘laat ik vandaag eens kijken of ik het hier een stukje ellendiger kan maken dan gisteren’. Hoe vergroten we dan de kans om onze eigen regenboog zo vaak mogelijk te zien?

Leef jouw leven

Reign. Regeer. Met andere woorden, neem het heft in handen van jouw leven. Jij bent de enige die het kunt leven. We leven in een tijd waarin er zo veel prikkels op je af komen, dat je zo maar de hele dag bezig kan zijn om daar gehoor aan te geven. Shoppen, werken, vrienden zien, een familiebezoek. Allemaal belangrijk, allemaal legitiem. Maar wiens leven leef je? Ik wil zeker niet zeggen dat er ook maar íéts mis is met elk van de net genoemde activiteiten. Maar in hoeverre kies je ze zelf, of dringen ze zich aan je op? Mijn stelling is dat je meer voldoening haalt, én meer te bieden hebt, als jij bewust kiest voor waar je je energie en talenten aan besteedt. Want ‘if you don’t drive, you’re driven’.

Respectvol naar je omgeving

Krijg je dan niet een heel inhalige wereld? Eén waarin elk individu zo hard mogelijk probeert om zijn buit binnen te slepen? Als het moet ten koste van anderen? Daar ben ik eerlijk gezegd helemaal niet zo bang voor. Onderzoek wijst uit dat de meest effectieve weg naar geluk is om je te bekommeren wat jij kunt doen voor anderen. We zijn hier om wat te halen, maar ook wat te brengen. Als we te eenzijdig te werk gaan, merk je dat gelijk aan je energiehuishouding en daarmee aan hoe gelukkig je bent. De grootste kunst is om jouw drijfveren en talenten af te stemmen met je omgeving. En daar heb je anderen voor nodig. Bow dus. Met een respectvolle houding richting elkaar komen we verder.