Een nieuwe wereldorde?

Ik zou graag een nieuwe wereldorde zien ontstaan… 

Een wereldorde gebaseerd op liefde, waar geven en nemen in een constante dans met elkaar verwikkeld zijn. Geen gehamster, geen tekort, slechts een natuurlijke stroom in een natuurlijke balans.

Een wereldorde waarin onze culturele werkelijkheid en instituties geworteld zijn in de principes van de natuur. Zodat we haar vruchten kunnen ontvangen zonder dat we haar capaciteiten om ons vruchten te blijven schenken schaden.

Een wereldorde waarin we waarderen wat werkelijk van waarde is. De lucht die we inademen, de glimlach die we in ontvangst mogen nemen, de spieren die ons in staat stellen om uitdrukking te geven aan dát waarvan we voelen dat het uitdrukking nodig heeft.

Een wereldorde waarin iedereen helder heeft wat hij of zij écht nodig heeft. Een wereld waarin anderen de tijd nemen om te luisteren naar deze behoeften, om waar mogelijk bij te dragen aan de vervulling ervan. En dat we dat doen terwijl we elkaars waardigheid en manier van leven respecteren.

Vele pogingen om een dergelijke wereldorde voor te stellen zijn al gedaan. En in zekere zin zijn de meeste pogingen hiertoe wel enigszins succesvol. Je kunt de onderliggende principes van zo’n wereldorde terugzien in alle religies. Ook de fundamentele verklaringen die moderne landen bij hun oprichting hebben opgesteld (onafhankelijkheidsverklaringen en grondwetten bijvoorbeeld), geven uitdrukking aan de wens voor een rechtvaardig bestaan in harmonie met zijn omgeving.

Als je maar goed genoeg kijkt, zie je dat vele zaden van zo’n wereldorde al lang geplant zijn. De onderlinge vriendelijkheid die we zien in tijden van crisis, de beginselen van een circulaire economie die je op steeds meer plekken herkent, of de wijsheid die je vrijelijk kan vinden terwijl je het internet afstruint zijn enkele voorbeelden. In die zin is het waar wat ze zeggen: alles is er al. We hoeven niet verder te zoeken.

Maar waarom is die nieuwe wereldorde dan niet simpelweg de wereldorde zoals we die vandaag kennen?

 

Ik zou graag zien dat er een einde komt aan de verwarring…

Die laatste vraag brengt me al mijn hele leven in een staat van verwarring. Als klein kind, wist ik in veel opzichten perfect het onderscheid te maken tussen wat klopte en wat niet. En als ik vandaag luister naar opgroeiende kinderen, merk ik dat dit vandaag ook nog het geval is.

Dus wat gebeurt er gaandeweg? Wat maakt dat we toiletpapier hamsteren wanneer we het nieuws ontvangen dat een minuscuul virus zich over de wereld verspreidt? Wat maakt dat we een periode daarvoor de waarschuwingen van experts negeren, in de angst om onze economie en de AEX te schaden? Wat maakt dat we massaal de overtuigingen internaliseren zoals ‘wanneer je maar hard genoeg werkt en voldoende gelde verdient, zal je kunnen genieten van een goed leven en eindelijk gelukkig zijn’? Waarom geven we ons geboorterecht zo eenvoudig op om meteen vanaf de start gelukkig te zijn, zonder dat daaraan allerlei voorwaarden aan verbonden zijn?

En natuurlijk weet ik heel goed dat je voor al deze vragen niet heel lang hoeft te zoeken om op allerlei verklaringen te stuiten. Regelmatig zul je zelfs conflicterende verklaringen vinden op dezelfde vraag. Dat we hamsteren omdat we daar evolutionair toe geprogrammeerd zijn bijvoorbeeld. Of dat we hamsteren omdat we sociale wezens zijn die het gedrag van anderen graag kopiëren.

Dus waar ik het over heb is niet het vinden van antwoorden of verklaringen als reactie op dit soort vragen. Verklaringen maken mijn verwarring niet minder. Als verklaringen al een effect hebben op mijn verwarring, is het eerder dat ze eraan bijdragen.

Waarom lijken zovelen niet goed te weten wat goed is voor onze ziel? Waarom investeren we zoveel tijd en geld in het nastreven van ambities die ons leiden naar burn-out, niet naar geluk? Waarom fokken we jaarlijks miljoenen dieren wereldwijd, puur voor onze eigen consumptie, zonder dat we lijken te beseffen dat dit levende wezens zijn, net als wij zelf? Waarom schijnen we te denken dat onze dagelijkse portie vlees en zuivel, die ons nu vatbaar blijken te maken voor ziektes en pandemieën, meer goed voor ons doen dan als we op een liefdevolle, speelse en zorgende manier met deze dieren zouden omgaan?

Persoonlijk denk ik, en ik weet dat ik hierin niet alleen sta, dat dit komt omdat we veelal negeren dat we überhaupt een ziel hébben. De ziel is als concept te vluchtig, spiritueel, zweverig, vaag en ontastbaar om ‘echt’ te zijn. En als we geen ziel hebben, of als het hebben van een ziel niet van voldoende praktische waarde is in een materiële wereld, waarom zouden we er dan aandacht aan besteden?

En zo streven we andere zaken na dan de zaken die onze ziel blij maken. Door dit patroon zoeken we onophoudelijk naar de voldoening van onze behoeften op plaatsen waar deze voldoening niet te vinden is. Tenminste, niet op een blijvende manier.

Terwijl ik dit opschrijf, sta ik weer versteld van hoe simpel het eigenlijk is. Ook sta ik versteld van hoe verrassend lang het voor mij duurt om deze simpele waarheid écht tot me door te laten dringen. Ik mediteer nu al een jaar of twaalf, in een poging om de leegte op te vullen die door mijn constante verwarring in mij blijft ontstaan. In elk geval is het een poging om de rusteloosheid een minder dominante rol te geven in de keuzes die ik maak. Daarbij ben ik blij en dankbaar om op die periode van twaalf jaar terug te kunnen kijken, en inderdaad te kunnen zeggen dat mijn verwarring is afgenomen.

Alleen is er geen enkele garantie dat ik, een paar minuten vanaf nu, zelfs zonder dat ik zelf door heb, weer door de verwarring wordt meegevoerd. Dat ik me er ineens weer op betrap dat ik het najagen van een sociaal gewaardeerde carrière als consultant een waardevollere manier vind om mijn leven te organiseren, dan om mijn pad te vervolgen waarin ik mijn leven stapsgewijs ontdoe van alle ‘opvulling’. In een poging om zo mijn ecologische voetafdruk terug te brengen en mijn leven te leiden in afstemming met het natuurlijke ritme van het leven, samen met mijn lieve vrouw en kat.

 

Ik zou graag zien dat de balans doorslaat in de juiste richting…

Het schrijven van deze overdenkingen leidt me tot het besef dat het zo makkelijk en moeilijk tegelijk is om mijn eerste wens tot stand te brengen. ‘Verwarring-modus’ lijkt net zo makkelijk aan te springen, als uit te gaan. In ‘Verwarring-modus’ is niets helder. Er is geen innerlijke vrede, en er is een hoop activiteit. Er is geen wezenlijke voldoening, en er zijn een hoop aangename en minder aangename sensaties. Er is geen duidelijk onderscheid tussen goed en fout, maar wel een sterk gevoelde behoefte om tussen beide een keuze te maken. In ‘Helderheids-modus’ is er trouwens ook niet een helder onderscheid tussen goed en fout, omdat het onderscheid tussen de twee ineens veel minder van belang lijkt.

Een les die ik kennelijk telkens weer moet leren, is deze: ik weet inmiddels hoe ik kan overschakelen naar ‘Helderheids-modus’, maar het kost moeite om dit ook daadwerkelijk te doen. En ook deze les is tegelijkertijd simpel en moeilijk. Overigens is het interessant genoeg dat simpel en moeilijk niet elkaars tegengestelden zijn. Aan de andere kant van simpel, vind je ingewikkeld. En aan de andere kant van moeilijk, staat makkelijk. ‘Verwarrings-modus’ is in die zin ingewikkeld en makkelijk tegelijk.

De manier om over te schakelen naar ‘Helderheids-modus’, is de volgende: sta je geest toe om tot bedaren te komen door deze aan stilte bloot te stellen. Om je geest stil te krijgen zijn er slechts drie basale ingrediënten nodig: stilte, geen afleidingen en tijd. Je hoeft zelfs geen meditatiehouding aan te nemen hiervoor, al kan het helpen.

Stilte in de stad

In de Zen traditie gaat een interessante metafoor de ronde om deze les te illustreren: de vijver waarin de heilige lotusbloem groeit. Normaal is het water in de vijver continu in beweging. Vissen zwemmen erin rond, zo nu en dan wordt er wat in de vijver gegooid, regen en wind brengen het water in beweging, en ga zo maar door. Als gevolg hiervan is het water in de vijver modderig en onhelder. Alleen als de omstandigheden zo zijn dat het water stil staat, kan de modder naar de bodem zakken en kan het water helder worden.

Wat me in deze metafoor aanspreekt is, is dat de modderige en onheldere staat precies dezelfde deeltjes bevat als de heldere staat. Op een bepaalde manier is er eigenlijk niets veranderd, op de stilte na. Er is in elk geval geen magisch ingrediënt van buiten nodig om het water te doen veranderen van helderheid. Alles is er al.

Het andere element dat me aanspreekt is dat de lotusbloem in beide gevallen rustig doorgroeit en bloeit. Het is alleen makkelijker van alle kanten waar te nemen dat dit zo is, als het water helder is.

Op dezelfde manier, kunnen de ‘social distancing’ maatregelen die nu op grote delen van de wereld van toepassing zijn, een ideale omstandigheid vormen om langzaam over te schakelen naar ‘Helderheids-modus’. Zo lang het virus je gezondheid en dat van je naasten met rust laat tenminste. En zo lang je het toestaat dat er enige mate van rust en vrede in je huishouden kan ontstaan.

Deze parallel brengt me bij mijn laatste wens voor de nabije toekomst: ik zou graag zien dat we deze stilte actief aangaan, door deze niet weg te duwen. En dat we zien wat we kunnen waarnemen vanuit ‘Helderheids-modus’. Hopelijk zal het bezien van onze persoonlijke keuzes vanuit ‘Helderheids-modus’, leiden tot een natuurlijkere manier om onze levens in te vullen. Hopelijk zal het helpen om die nieuwe wereldorde te doen ontstaan. Een wereldorde waarin meer mensen dan nu gelukkig kunnen zijn en kunnen genieten van het geschenk dat het leven uiteindelijk is. Een wereld waarin we vaker glimlachen, en onze omgeving in staat is om terug te lachen.

You might say, I’m a dreamer, but I’m not the only one.