Klaar? Dan mag je wat voor jezelf gaan doen

Van een randgesprek in de ‘niches’ van onze samenleving, is het duurzaamheidsvraagstuk in korte tijd verworden tot ‘de grote vraag van onze tijd’. Alleen, hoe geven we antwoord op die vraag? In deze longread zal blijken dat alle verschillende antwoorden nodig zijn, en delen wij zo praktisch en pragmatisch als we kunnen, ons eigen antwoord. Daaruit blijkt dat het ‘herdefiniëren van het goede leven’ een oplossing kan zijn voor alle ecologische én maatschappelijke vragen van onze tijd. Door duurzaamheid niet groot en abstract te houden, maar klein en persoonlijk te maken.

[leestijd: 10-12 minuten]

Wat maakt een week duurzaam?

Om eerlijk te zijn, heb ik geen idee. Een goed begin lijkt me in elk geval een week waarin je niet om het vraagstuk van duurzaamheid héén kan. Vorige week was dat voor mij zo.

Vorige week was, niet geheel toevallig, dan ook de Duurzame Week in Utrecht. Ruim 70 activiteiten, verspreid over de hele stad, vonden gedurende de week plaats. De speciaal daarvoor gebouwde kas op de Neude, gaf de indruk van een festival. Het zag er feestelijk uit, ook al was de kas door het warme weer ook precies dat, een warme kas! Wat meteen de vraag oproept: ‘leent het thema duurzaamheid zich eigenlijk wel voor een feestje?’

 

Een moeilijk maar belangrijk gesprek

Na een korte toespraak van mijn kant volgde al snel een verhitte reactie uit het publiek: “Wat je zegt verontrust mij enorm! Het lijkt net alsof je hier een feestje wilt vieren met de boodschap ‘Wat zijn we goed bezig!’. Als je kijkt naar de recente rapporten van de wetenschap over de staat van de wereld, zie ik helemaal geen reden voor een feestje. Sterker nog, ik geloof dat we nog 12 jaar de tijd hebben om onszelf van uitsterven te behoeden en vind dat er acuut aan de noodrem moet worden getrokken. De politiek moet beginnen met het uitroepen van de noodtoestand als het gaat over de ecologische ramp die zich aan het voltrekken is. Dat hoor ik helemaal niet terug in je verhaal.”

De reactie verraste me compleet. Ik had net een enigszins hoopvol interview gegeven om een stadsdialoog over duurzaamheid te openen. Sinds ongeveer drie jaar ben ik voorzitter van stichting Utrecht4GlobalGoals. Het leek de makers van het programma die avond een passende manier om de discussie af te trappen over hoe we er als Utrecht voor staan. Want, deze 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals in VN-taal of SDG’s in jargon) zijn een zaak van iedereen.

Terug naar de reactie uit de zaal. Nog voor ik weer was gaan zitten, ging een hand in de lucht die vroeg om de microfoon. De presentator liep het publiek in en overhandigde de microfoon. De jonge jongen, in schat hem begin twintig, stelde zich voor als onderdeel van de ‘Extinction Rebellion’ beweging. Deze beweging blijkt recentelijk in Groot Britannië gestart, leerde ik al snel, door jongeren die vinden dat het niet hard genoeg gaat met de maatregelen tegen klimaatverandering. Terecht, dacht ik, toen. Zijn zachte blauwe ogen strookte niet met de felheid en de verwijten die ik hem door de microfoon hoorde uitspreken.

Mede omdat ik gewend ben om meestal aan de kant van de ‘good guys’ te staan als het gaat om actie voor een betere wereld, raakte zijn reactie mij. Probeerde hij mij nou te zeggen dat ik hier het establishment vertegenwoordig en de status quo hier help te bestendigen? En had hij gelijk? Ik sloeg dicht. Kort daarvoor had ik geprobeerd om de zaal, grotendeels gevuld met hoopvolle initiatieven in de stad, een hart onder de riem te steken. Omdat ik blij ben met de tomeloze energie die ik bij steeds meer mensen zie om een positieve bijdrage te leveren aan een duurzamere wereld. Maar de toon voor de discussie was met deze eerste reactie uit de zaal gezet. De presentator had er zijn handen vol aan om de inmiddels geagiteerde zaal een gesprek te laten voeren over wat ons als stad Utrecht te doen staat.

Inspiratie vanuit het ‘waarom’

Later deze week was ik op het duurzaamheidsfestival van ANNE, uiteraard ook onderdeel van dezelfde Duurzame Week. Ik luisterde daar naar Thomas Rau. Hij kwam met een mogelijk antwoord of we nu blij moeten zijn met de hoopvolle ontwikkelingen die we wél zien in de wereld, of gealarmeerd moeten zijn over de huidige kant die de wereld nog steeds opgaat. In een gloedvol betoog richting de aanwezigen, stelde hij dat we meer nodig hebben dan de 17 verschillende doelen van de Verenigde Naties om effectief samen te werken aan een duurzame wereld. Het 18e extra doel dat Thomas voorstelt, moet de 17 voorgaande doelen voorzien van een duidelijk ‘waarom’. Omdat de huidige doelen alleen uitspraken doen over het ‘wat’ en misschien het ‘hoe’, en daarom uiteindelijk niet zullen motiveren om écht in actie te komen. En dat ‘waarom’ gaat om onze houding als mens. Zoals hij het noemt: ‘attitude and humanity’. Als we in onze houding, ons niet realiseren dat het vraagstuk waar we nu voor staan gaat over de wijze waarop wij prettig kunnen blijven voortbestaan, zullen we de doelen altijd blijven beschouwen als iets ‘wat erbij komt’. En zolang dat onze houding is, gaan we faliekant het schip in. Het ‘waarom’ komt dan dus vrij vertaald neer op het volgende: zorgen dat we als menselijke soort in harmonie kunnen samenleven op een wereld die ons kan (blijven) dragen. Met dat betoog sprak hij in lijn met The Golden Circle van Simon Sinek (bekend van zijn denkmodel ‘why, how, what’), die stelt dat het starten vanuit een ‘waarom’ de meest effectieve manier is om mensen aan te zetten tot handelen.

Hoop of wanhoop?

De vraag over hoop of wanhoop leek het thema van deze duurzame week. Een podcast over het nieuwe boek van Jelmer Mommers (‘Hoe gaan we dit uitleggen: Onze toekomst op een steeds warmere aarde’) gaat erover, de zaterdageditie van de Volkskrant wijdt er drie pagina’s aan, en ook een strandwandeling met mijn moeder draait uit op deze vraag. Ze vraagt me, na een ouderwets goed gesprek over het doel van het leven, op de man af: ‘en waar is het jou dan om te doen?’ Dit keer sla ik niet dicht, maar vloeien de woorden uit mijn mond. En gek genoeg gaat het mij niet om alleen persoonlijke doelen in mijn leven, maar begin ik te praten vanuit het grotere plaatje van het prettig samenleven op onze planeet. En dat ik wil zoeken naar een aantrekkelijk alternatief om het leven op aarde mogelijk te houden.

Ik kan nu écht niet meer heen om de vraag naar wat het meest helpt om duurzaamheid te bevorderen. De zoektocht naar een aansprekend ‘waarom’ klinkt mij interessant in de oren. Een aanlokkelijk perspectief lijkt me een belangrijke voorwaarde om überhaupt in beweging te komen. Maar de oproep zoals ik deze vaak hoor werkt voor mij niet: “OK, alles moet anders en ons voortbestaan als soort staat op het spel.” Dit soort realisaties zijn voor mij niet nieuw, maar hebben er in het verleden toe geleid dat ik depressief in een hoekje wilde kruipen. Niet echt de houding die nodig is om (dit keer wél) de koe bij de horens te vatten. Vandaar dat mijn focus van de afgelopen jaren ligt op het benadrukken van de goede dingen die ik al wél zie gebeuren. Alleen, daarbij is de terechte tegenwerping: ‘die strategie gaat niet snel genoeg. Kijk maar naar de CO­2-uitstoot!’. De gebeurtenissen van vorige week zetten mij flink aan het denken. Wat helpt het meest om stappen te zetten in de juiste richting?

Een interessant licht op deze vraag komt van Rutger Bregman, auteur van de internationale bestseller ‘Utopia for realists’. Hij reageert tijdens het podcast-interview met Jelmer Mommers op een stelling wat nu de meest effectieve boodschap is om mensen in beweging te krijgen. Tijdens de podcast gaat het op dat moment over wat er gedaan kon worden om mensen minder te laten vliegen.

Jelmer Mommers: “Dat vind ik wel interessant, want dat is precies de reden waarom heel veel mensen zich afwenden van wat er moet gebeuren. Die zeggen: ‘die groene lui, die zijn er alleen maar op uit om onze geneugten af te pakken.’ Dat is een dynamiek die maakt dat mensen zich afkeren van het probleem.”

Rutger Bregman: “Ik ben het daar niet mee eens. Je kan datzelfde van zoveel verschillende verhalen en invalshoeken zeggen. Als je een optimistisch ‘jippie-jee’ verhaal vertelt, kun je zeggen ‘dat is nu typisch verhaal waar mensen niet van houden, die willen een realistisch verhaal.’ Dan vertel je vervolgens een realistisch verhaal, dan zeggen mensen: ‘dat werkt helemaal niet, je moet juist de emoties aanspreken.’ Dan vertel je vervolgens een emotioneel verhaal, dan is het: ‘nee, nee, nee, we krijgen spontaan braakneigingen van die deugdmensen.’ Het punt is, je moet ál die verhalen vertellen. Allemaal tegelijkertijd. Wanneer je goed bent in het vertellen van het emotionele verhaal, vertel jij het verhaal voor de deugdmensen. En als je goed bent in het verhaal voor de beleidsmensen, dan vertel je het verhaal van de cijfers. Iedereen reageert op een ander verhaal. Daarom moeten we ze allemaal vertellen.”

In de Utrechtse zaal tijdens de stadsdialoog komt na de felle uitroep van Extinction Rebellion een gesprek op gang met vele verhalen. Veelal als reactie op de jongen met de zachte ogen die uitroept dat de noodtoestand de enige gepaste reactie is. Het contrast tussen de verhalen is groot. Persoonlijk, klein en ontroerend. Boos en militant. Hoopvol geëngageerd. Twijfelend en bezorgd. Verbindend en ferm. Begripvol en empathisch. Allemaal volwaardige antwoorden op de vraag wat helpt om de volgende stap te maken. Langzaam kwam mijn hart uit mijn keel en ontdooide ik. Wat is Utrecht een prachtige stad.

Wat is dan ons verhaal?

Omdat alle verhalen nodig zijn, deel ik graag het onze. Het is een verhaal van twee mensen, Jessica en mij (Fabrice). Deels gericht op de emotie, deels een ‘jippie-jee’ verhaal. Niet als uitputtend antwoord, wel als noodzakelijke bijdrage.

De keuze die wij maken is om te proberen om niet het verhaal te vertéllen, maar om het verhaal te léven. Stapje bij beetje. Beseffend dat het moeilijk is, maar ook juist kansen biedt. Maar ja, als je dat niet óók vertelt, gaat er niet zo veel werking van uit.

Graag begin ik met ons persoonlijke ‘waarom’. Dat luidt ongeveer als volgt:

“Wij geloven dat we ‘het goede leven’ kunnen herdefiniëren, zodat we een heerlijk leven op een prachtige planeet beschikbaar kunnen maken voor iedereen. Zo ontstaat een plek waarbij we de onderlinge verbondenheid met elkaar en de natuur kunnen ervaren en vrij zijn om daarbinnen ons eigen geluk na te streven.”

Het is deze ‘waarom’ die we met ReignBow proberen te dienen.

Ons zelfgekozen ‘hoe’: een minimalistische levensstijl voor maximaal geluk

Wat bedoelen we dan met het ‘leven’ van ons verhaal? Feitelijk zien we ons leven als een experiment om gaandeweg te leren en te ontdekken waar het nu echt om gaat. Dat maakt het leven voor ons speelser, versoepelt het aangeboren perfectionisme, en stelt ons vrijelijk in staat om zaken uit te proberen.

Het huidige experiment dat we sinds 2017 hebben, hebben we ‘sustainable happiness’ genoemd. Duurzaam geluk. Is het mogelijk om maximaal je geluk na te streven bínnen de ecologische grenzen van onze planeet? Om het experiment enigszins af te bakenen, hebben we onszelf drie jaar de tijd gegeven dit te realiseren. Dus wat doen we om onszelf in 2020 ‘duurzaam gelukkig’ te noemen?

In ons boek ‘Neem je leven in eigendom’, werken we dit helemaal uit. Maar om hier een indruk te geven:

  • We definiëren actief ons eigen plaatje van geluk, in plaats van het plaatje dat maatschappelijk gegeven is en dat wordt gevoed door de commercie te accepteren. Het plaatje dat we zelf maken geeft ons veel meer vrijheid om zelf onze zoektocht in te vullen. Het maakt ons bovendien meester van onze eigen meetlat, in plaats van dat we aan die van ‘een ander’ moeten voldoen.
  • We proberen zoveel mogelijk los te laten dat niet bijdraagt aan dit plaatje. Dat geeft niet alleen focus, dat heeft ook ecologische voordelen. Zo ging vorig jaar de auto definitief de deur uit. Dit reduceert naast onze ecologische voetafdruk, ook onze forenstijd (want selectiever in waar we heen willen) en nodigt ons uit om voldoende te blijven bewegen (want andere vormen van transport zoals fiets en lopen naar het station). Daarnaast houden we maandelijks geld over dat we investeren in zaken die ons gelukkiger maken dan autorijden. We merken vooral dat het loslaten van het ‘idee’ auto, heel veel voordelen oplevert.
  • We ontwerpen tijdens het voorjaar samen met een bureau een nieuwe woning die ons vrijheid schenkt, de mogelijkheid om alleen te betalen voor de woonbehoeften die ons gelukkig maken, én ons meer in contact brengt met de natuur. Dit resulteert in ons toekomstige Tiny House dat in het najaar gebouwd zal gaan worden. De installaties in dit huis maken volledig ‘off-grid-wonen’ mogelijk, waardoor onze energiebehoefte bijna volledig duurzaam zal zijn. Als we niet meer vliegen en we onze reizen beperken tot waar je over land kan komen, zal onze ecologische voetafdruk daarmee dalen naar het verbruik dat de wereld kan dragen. Om een idee te geven: als iedereen op de wereld verbruikt wat de ‘gemiddelde Nederlander’ verbruikt, hebben we 3,6 aardbollen
  • In onze definitie van geluk is het reizen over land in plaats van te vliegen eerder een uitnodiging tot een avontuurlijk leven, dan ‘linkse activisten die ons proberen te beroven van onze pleziertjes.’ Want, samen met onze budget-besparende keuzes hierboven, hebben we straks ook alle tijd om uitgebreid te reizen!
  • We besteden meer en meer tijd aan de mensen in onze omgeving die belangrijk voor ons zijn. In bijna elk onderzoek naar geluk komt ‘tijd met dierbaren’ als topprioriteit naar boven. Maar in een wereld waarin je ‘druk, druk, druk’ bent, schiet dit er vaak als eerste bij in. En áls je bij je dierbaren bent, ben je er mentaal toch vaak niet helemaal. Zo gold dat voor ons in elk geval. Nu niet meer, of in elk geval: steeds minder.
  • We besteden onze tijd en geld als het kan aan zaken die zowel goed voor ons zijn, als goed voor de wereld. Zoals uit eten gaan bij Instock, een restaurant dat zich actief richt op het tegengaan van voedselverspilling. Lekker bijpraten, tijd voor elkaar, gezond en vooral lekker eten, en ‘en passant’ iets doen om verspilling tegen te gaan.

Dit droomhuis gaat dit jaar nog gebouwd worden.

Leuk voor jullie, maar waar is dit goed voor?

Graag lees ik elke ochtend de krant. Naast alle ellende waar je dan dagelijks doorheen moet, valt het mij op dat de keuzes die we nu aan het maken zijn een positieve bijdrage leveren aan bijna alle vragen van onze tijd:

  • Gedoe over de pensioenleeftijd? Met de keuzes zoals we die nu maken, zijn we met een paar jaar financieel onafhankelijk, zonder daarvoor keihard te hoeven werken.
  • Gedoe over verzakkingen in Groningen? Die twee flessen campinggas die we per jaar nodig zullen hebben vragen een stuk minder van de wereld dan de huidige 900m3 aan aardgas die we opstoken in ons huidige huis. Op termijn gaan we naar 100% duurzame energie.
  • Gedoe over de dure energierekening door een ‘rekenfoutje’ van de tweede kamer? Met de keuzes zoals we die nu maken, hebben we straks 0 op de meter en kunnen ze met de energierekening doen wat ze willen.
  • Gedoe over toenemende eenzaamheid in onze productiemaatschappij? We hebben eindelijk de tijd om eens wat meer tijd door te brengen met de mensen die zo belangrijk voor ons zijn.
  • Gedoe over een ‘epidemie’ van burn-outs? We bepalen zelf waaraan wij onze tijd en aandacht besteden, geen baas die daarover gaat.
  • Gedoe over wantoestanden onder flexwerkers? Laat die arbeidsongeschiktheidsverzekering voor iedereen maar zitten: flexibel werken is voor ons eerder een kans dan een risico.
  • Gedoe over stijgende kosten van de zorg? Onze minimalistische levensstijl nodigt ons op natuurlijke manier uit om gezonde keuzes te maken, met veel ‘ingebouwde’ beweging. Voorkomen is beter dan genezen.
  • Gedoe over de grote hoeveelheid ‘bullshit-jobs’? Zorg dat je die job niet meer nodig hebt door wat we ‘financiële geletterdheid’ noemen. Dan is de enige graadmeter voor een goede dag, de vraag: ‘what sparks joy?’
  • Gedoe over migratie van ‘gelukszoekers’ en het dichtgooien van grenzen? Een zelfvoorzienend huishouden draagt bij aan het stabiel houden van de aarde, waardoor minder mensen zich door aanhoudende droogtes genoodzaakt zien om hun geluk elders te zoeken.

Ik kan nog een tijd doorgaan met deze opsomming. Maar dat leidt af van het punt dat we hier willen maken: onze experimenten leren ons dat een gelukkig leven bínnen het draagvermogen van onze aarde kán. Uiteraard, nog niet voor iedereen, en niet per se vanaf morgen. Maar wél is het beschikbaar voor veel meer mensen dan dat we nu geneigd zijn te denken. Want zo uniek zijn wij nu ook weer niet.

Een reis van 1.000 kilometer…

De komende tijd willen we door op dit pad. En hier meer over vertellen. Niet ter ‘eer en meerdere glorie’ van onszelf. Maar omdat elk nieuwsbericht van gele hesjes ons pijn doet in het hart. Omdat we zien waar de demonstranten ‘tegen’ zijn, maar ook omdat we zien dat niemand met hen het gesprek aangaat waar ze ‘voor’ kunnen zijn. Terwijl die mogelijkheden wél beschikbaar zijn. Volop zelfs.

En wat ons hoop geeft: je kunt dit doen zonder ‘de aarde te willen redden’. Want wanneer plichtsbesef je motivatie is, begin je al met lood in je schoenen. Als autonomie, vrijheid en geluk je drijfveren zijn, is onze ervaring dat je in een veel hoger tempo stappen zet! En als je creatief nadenkt over de invulling van die drijfveren, kan dat prima op een manier die niet al te zwaar drukt op het draagvermogen van de aarde.

Voor sommigen voelt het invullen hiervan wellicht als een grote en haast onmogelijke opgave. Of: als een té groot offer. Op sommige aspecten is het namelijk wel degelijk zo dat je iets moet ‘inleveren’, dat zullen we niet ontkennen. We herkennen het gevoel dat het overweldigend is. Maar even clichématig als waar: een reis van 1.000 kilometer begint met de eerste stap. En elke stap is er één, zeker in de drukke levens van vandaag. En onze ervaring is tot nu toe dat voor alles wat je inlevert, je meer terugkrijgt dan je geeft. Nu ik er zo over nadenk zou dat dan ook mijn reactie zijn op de aanklacht van de jongen van Extinction Rebellion. Als we het góéd doen, kan duurzaamheid wel degelijk een feestje zijn.

Vreemd genoeg, moet ik terwijl ik dit schrijf steeds denken aan mijn basisschoollerares uit groep 4, Juf Ina. Toen ik haar vroeg wat de bedoeling was nadat ik ijverig door alle rekensommetjes heen was, zei ze troostrijk ‘dan mag je wat voor jezelf gaan doen.’ Wat als we de duurzaamheidsdiscussie van groot en abstract, vertalen naar concreet en persoonlijk? Zou dan iedereen uiteindelijk wat voor zichzelf mogen doen?